Slow down, idiot

Ook al laat ik iedereen bij de eerste indruk graag geloven dat het allemaal ratio is wat de klok slaat, ik ben een bijzonder emotioneel mens. Helaas zijn sommige mensen niet zo gemakkelijk om de tuin te leiden. Zij worden dan mijn beste vrienden.

Soms denk ik terug aan mijn kindertijd en hoe zorgeloos die was. En dan voel ik mij daar schuldig over, dat ik als kind en zelfs tot ver in mijn puberjaren nooit stilstond bij mijn daden. Alle dagen flink mijn patatjes met groentjes en stukske vlees peuzelen. Met de vrienden in’t stad rondslenteren, meneer McDonald wat rijker maken, in de goedkoopste ketens regelmatig nieuwe kleren en schoenen scoren. Hedonisme ten top. Soms wou ik dat mijn ouders wat meer hun verantwoordelijkheid genomen hadden en mij ook op het vlak van ethisch en duurzaam leven wat lessen hadden gegeven. Uiteraard wisten ze zelf niet beter. Achteraf is alles makkelijk uit te leggen.

Ik weet nog het moment waarop ik voor het eerst tot in mijn diepste kern geschokt was door de gruwel van de mensheid. Ik was 16 of 17 en een msn-vriendje dat vertoefde in de Kortrijkse hardcorescene (aai zwaai, Jonas), wilde me overtuigen over te stappen naar the other side. Dus stuurde hij me een filmpje door van een paar Oosterse mannen die een wasbeer knock-sloegen tegen een betonnen vloer en hem nadien levend vilden. Het stuiptrekkende, bloederige lijfje werd ten slotte in een container gegooid, waar talloze voormalige knuffelberen hem waren voorgegaan. Nog steeds moet ik kokhalzen als ik aan dat filmpje denk en we zijn begot ruim een decennium later.

raccoon

Sad wasbeer is sad.

Dat filmpje heeft mij op bijzonder bruuske wijze wakker geschud. Opeens zag ik overal dierenleed en ellende. Ik verkondigde luidkeels dat ik vegetarisch wilde eten en zou iedereen die bont droeg met verf bekladden. Tot mijn pa zei dat ik dan zelf mocht koken en mijn liefste oma in haar oude muskusrattenmantel voor de deur stond. Principes zijn er om bijgeschaafd te worden. Ik heb het vegetarisch eten nog uitgesteld tot enkele jaren geleden en heb oma beloofd dat ik haar mantel pas in brand zou steken als ze dood was. Ik heb ondertussen ook “Eating Animals” en “Earthlings” achter de kiezen. Confronterend, maar echte aanraders.

Ik word gemakkelijk aangespoord. Of ik nu dorst krijg door een billboard van Coca Cola, meteen defensief word als de “grappige” nonkel een vrouwonvriendelijke mop maakt, of alle dieren wil redden door een viraal gruwelfilmpje, het is allemaal een kwestie van de juiste snaar te raken. En ik heb erg gevoelige snaren.

Zo zag ik onlangs in mijn Netflix-feed “The True Cost” passeren. Het is hallucinant wat er allemaal bij de productie van onze felbegeerde fast fashion komt kijken. Het is hallucinanter dat we dat eigenlijk allemaal wel wéten, maar er niet naar handelen. Ik vraag me oprecht af hoeveel fabrieken nog moeten instorten vooraleer de ethiek het wint van de lobbyisten.

En net zoals ik destijds na het bekijken van het wasberenfilmpje verkondigde dat ik het écht niet meer kan aanzien, ga ik nu ook op mijn eigen kleine barricade staan. Een jaar lang koop ik geen nieuwe kleren meer. Ik heb een kast vól en er zitten stuks bij die ik amper gedragen heb. Het zal mijn creativiteit ten goede komen. Als ik dan toch een essentieel stuk zou missen, dan maak ik het wel zelf of schuim ik tweedehandswinkels af. Het moet een beetje spannend blijven hé. Vanmorgen belde de postbode voor het laatst aan met een pakje: een tijdloze bootcut jeans, van het duurzame merk Howies. Op goed geluk, afgaand op hun UK-maattabel, online besteld. En Boeddha beloont onmiddellijk: ze past perfect.

Ik kijk echt uit naar deze uitdaging met mezelf. Al denk ik dat het me nauwelijks moeite zal kosten. Het is gewoon zo noodzakelijk om af en toe even stil te staan bij de verdomde chance die we hebben om in dit deel van de wereld geboren te zijn. Ik zal er alles aan doen om Eppo met datzelfde bewustzijn op te voeden. Al is de kans wel groot dat hij door dat Atlassyndroom van de ene depressie in de andere zal sukkelen. Ik zie gelukkig de verandering dichtbij. Mijn ouders doen mee met veggie-donderdag, in de crèche gebruiken ze wasbare luiers en mijn naaiprobeersels beginnen steeds draagbaarder te worden. Komt goed!

94141-realist-half-full-half-empty-d-FVq2

On the road: Drenthe

Als ik mensen vertel dat ik bijna zes maanden thuis blijf na mijn bevalling, dan hoor ik veel positieve reacties. De meesten kunnen in hun enthousiasme niet verhullen dat ze ook wel zes maanden verlof willen. Ik dacht ook dat ik die maanden zou vullen met zorgeloze uitstapjes naar ’t stad, koffies op zonnige terrasjes, vertoevend in het gezelschap van die klassiekers die stof staan te vergaren in de boekenkast. Ondertussen zou de baby vrolijk liggen kirren in zijn maxi-cosi en de harten stelen van alle obers.

Boy, was I wrong. Ik ben nog elke dag blij dat ik beslist heb om meteen enkele maanden ouderschapsverlof op te nemen. Zo moet ik pas terug gaan werken als de kleine (en ik by proxy) ’s nachts hopelijk meer dan 5u slaap haalt. Begrijp me niet verkeerd: de voorbije maanden waren wonderbaarlijk. Van die eerste weken met dat hulpeloos huilende hummeltje naar dat vrolijk kereltje dat ons elke ochtend begroet met zijn riante tandloze glimlach. Wat een onvoorstelbaar avontuur.

Maar de weg daartussen was bezaaid met twijfel, gekrijs en gehuil (van hem én van mij), frustraties, vermoeidheid, sleur en veel was. Dat mijn vent dus besliste om in juli ook een maand ouderschapsverlof op te nemen, was de perfecte gelegenheid om het huis even te laten stinken en met onze baby de grens over te steken.

Naar Drenthe dus. Het begon met een google search naar een huisje in de natuur zonder daarvoor acht uur in de auto te moeten zitten. Toen Limburg niet meteen iets opleverde, kwamen we hier terecht. We mochten de auto van mijn ouders gebruiken (haja, wij zijn van die hippies zonder eigen auto maar wel met een bakfiets en een cambio-abonnement) en hadden lichtjes onderschat hoeveel gerief een baby nodig heeft gedurende 1 week.

Belachelijk veel, zo blijkt.

Google Maps had een rit van een kleine 4 uur voorspeld, maar Google Maps houdt geen rekening met hongerige, bevuilde, huilerige baby’s die zitten te zweten in hun maxi-cosi (serieus, waarom zweten baby’s altijd zo in die dingen?) dus na 6 uur kwamen we aan in “Huisje Kikker”.

Alleen al voor het uitzicht over het ven was de rit de moeite waard. Het huisje is gelegen in een natuurgebied, wat een overvloed aan vogels, eenden, eekhoorns en kikkers oplevert. Nooit gedacht dat ik zo zalig in slaap zou kunnen vallen op de tonen van een honderdkoppig kikkerorkest.

In het huisje, dat verrassend modern is ingericht, zijn alle basisbenodigdheden aanwezig: van wc-papier tot koffie en bakboter. Wat een verademing om bij aankomst met een tas koffie buiten te kunnen zitten en niet meteen de dichtstbijzijnde Albert Heijn te moeten opzoeken. Ook beddengoed en handdoeken waren voorzien. Handig, want dat hadden we er nooit bij kunnen proppen in de auto.

Hoewel Drenthe misschien niet tot de verbeelding spreekt, is het aanbod in de buurt best groot en divers: het Gevangenismuseum (sorry, beroepsmisvorming), de zoo van Emmen (beestjes!), de Waddenzee (zeehondjes!), hunebedden (stenen!), talloze natuurgebieden, fiets- en wandelroutes.

Ik had hier graag een opsomming willen geven van alle boeiende uitstappen die we hebben gedaan, maar helaas verandert de omgeving niets aan het feit dat zo’n uk van vier maanden nog veel dutjes doet overdag en dat je je planning dus grotendeels daarop afstelt. Maar we hebben niettemin een dagje door het fijne Groningen gekuierd, fikse natuurwandelingen gemaakt (en hopeloos verloren gelopen omdat de jeugd van tegenwoordig geen kaart meer kan lezen) en ook simpelweg met een boek aan ons privémeer geluierd terwijl onze kleine in zijn blote billen op zijn speelmat lag te dollen. (Note to self: was de speelmat.)

Op de heetste dagen (ja, wij zaten met de hittegolf in een bungalow met enkel ramen aan de zuidkant, hoera) zochten we verkoeling aan het Ronostrand, aka de Blaarmeersen van Drenthe. Eppo nam er zijn eerste zwemles, mijn vent kreeg er een bal tegen zijn hoofd (en zorgde daarmee dat Eppo buiten schot bleef, aaike) en we merkten dat ook daar jongeren irritant zijn en hun ongeïnspireerde muziek door minispeakers jagen. Chance dat we Eppo nog onvrijwillige dansjes konden laten doen op opvoedkundig onverantwoorde liedjes en het op die manier nog wat entertainment opleverde. Ach, Hollandse marginaliteit is nog best verteerbaar op vakantie.

Als je’n beetje wil chillen…

We hebben er gewoon keihard van genoten: lang uitslapen met de kleine tussen ons in het grote bed, ontbijten met zicht op het ven in het gezelschap van vogels en eekhoorns, wandelingen maken met Eppo in de draagdoek, verrast worden door een regenbui en net op tijd binnen zijn voor het warme-onweer losbarst. Pannenkoeken bakken, de lichten doven en naar buiten kijken hoe het water oplicht onder tientallen geruisloze bliksems. Op vakantie leert ge opeens weer stil te staan bij de kleine dingen. Hashtag melig.

Time flies when you’re having fun en dus vloog ook deze week voorbij. Met het risico in acht dat jullie nu allemaal keihard gaan boeken om ook in dit heerlijk stukje paradijs te kunnen vertoeven, hebben we besloten om sowieso nog terug te gaan. Misschien eens in de winter, als Eppo iets ouder is, dan kan hij sneeuwballen gooien naar de eekhoorns.

Bliss.

Keep it real

Ik had de afgelopen weken tientallen blog-ideeën. Over de week van de opvoeding, daar zou ik wel iets grappig van kunnen maken, met een collectie foto’s van “dingen die je op je baby kan zetten”. Of een post over duurzaamheid en hoe bewuste keuzes als wasbaar luieren en autoloos leven me een beter mens doen voelen. Graag gedaan, ijsbeertjes! Of misschien moest ik maar eens een stukje wijden aan mijn favoriete bezigheden tijdens mijn moeder- en ouderschapsverlof, zoals naaien, en hopen dat ik daarmee op termijn free goodies kan scoren.

En dan realiseer ik me dat ik nauwelijks de tijd of de energie vind om die stukken te schrijven. Op het einde van de dag, wanneer Het Lief onze kleine prins in bed stopt, overzie ik de schade van de dag: een overvolle luierzak en een berg bekwijlde kleertjes – damn you, orale fase – die dringend gewassen moeten worden; halfvolle tassen koffie, verspreid over de woonkamer en argeloos neergezet en vergeten zodra Eppo om aandacht/eten/een verse luier vroeg; een stapel bedankingskaartjes die dringend op de post moeten en een vloer waar je letterlijk van kan eten. En het duurt nog anderhalve week tot de kuisvrouw weer komt.

Dus ja, dat valt soms ferm tegen, dat ouderschap, al was het eigenlijk niet veel beter voor de kleine er was. Ik denk zelfs dat ik er nu in slaag om er meer structuur in te brengen dan voorheen, omdat hij die regelmaat (en verse kleren en luiers) nodig heeft. Al vrees ik nu al de dag waarop ik weer moet gaan werken, omdat mijn fragiel systeem dan als een kaartenhuisje in elkaar zal vallen. Gedaan met het ophangen van de luiers, pleur die maar in de droogkast. En dat half afgewerkt jasje vind ik vast goedkoper in de H&M. Tegen dat ik het klaar heb, is het toch te klein.

We doen zo hard ons best, meneer. We willen zo graag een boeiende job waar we al onze ambities en creativiteit in kwijt kunnen, omringd met de fijnste collega’s waarmee we tijdens de koffiepauzes kunnen kletsen over die geweldige tijdelijke tentoonstelling in het SMAK of de schrijnende toestanden in Lampedusa. En dan rijden we naar huis op onze omafiets, met een heerlijke lentezon op de snoet en de wind in de rug, pikken we de kleine op van de crèche en zingen we liedjes op de weg naar huis, waar Het Lief ondertussen een verse vegetarische maaltijd klaarmaakt. Zo kunnen we ons hummeltje rustig in bad en bed steken en na het eten gezellig samen in de zetel een aflevering van Game of Thrones meepikken, of onze volgende reis naar Japan voorbereiden. De dag eindigt uiteraard met een korte maar pittige vrijpartij zonder dat de kleine wakker wordt terwijl die, zoals het Attachement Parentingdogma voorschrijft, na twee jaar nog steeds in een bedje naast jullie slaapt.

Ja, dat is kort door de van de pot gerukte bocht, maar het voelt wel alsof dit de nieuwe Heilige Graal is, het hedendaagse Instagramfilterleven. Ik ben het zo moe om van de ene existentiële crisis in de andere te duiken omdat iedereen alles zo goed voor elkaar lijkt te hebben, terwijl ik al watertrappelend de dagen doorspartel. Want ik doe óók mijn best, maar dat is niet genoeg om jullie elke dag een perfect gepolijst plaatje te kunnen voorschotelen. Dus stop allemaal eens met liegen.

Gedaan ermee, tijd voor wat realiteitszin. Ware het niet dat we hadden afgesproken om niet aan sharenting te doen, ik portretteerde Eppo nu in volle glorie, krijsend van de krampen, vermoedelijk veroorzaakt door zijn vaccins van vorige week, of misschien had ik gisterenavond geen wijn moeten drinken, of misschien stelt ie zich aan en wil hij gewoon opgepakt worden. Ze zeggen dat het zomer is buiten. Ik weet alleen dat het al middag is en ik nog steeds in pyjama zit.

Deze post werd geïnspireerd door dit artikel op Charlie Magazine.

Out with the old

Dit weekend was een mijlpaal. Neen, de kleine kan nog niet rollen of zitten of zelf zijn pamper verversen – al wil ik graag geloven dat hij het goed bedoelt als hij zijn voeten in zijn opengeplooide luier dipt – maar ik ben voor het eerst naar een Feestje geweest. Ja, dat is hoofdletterwaardig. Het stond al weken in fluo mijn agenda: zaterdag 16 mei, cocktailparty bij Nele. Het was snel geregeld, mijn moeder zou babysitten, mijn lief zou ervan profiteren om naar een concert te gaan en ik zou voor het eerst in drie maanden een beha kunnen dragen die je niet kan openklikken. Alleen al daarvoor was ik razend enthousiast. Dat ik ondertussen ook weer in de meeste van mijn pre-Eppo kleedjes pas, was een ware verademing na maanden van comfy pants en borstvoedingsbestendige tops.

Ik geef toe, het was bevrijdend. Niet alleen voor mijn borsten, maar vooral voor mijn brein. Na maanden van oesjeboe-en en “alé lach ne keer naar mama” (de papa hoeft maar zijn hoofd boven het park te hangen, uiteraard), keek ik zo hard uit naar normale gesprekken over…alles.
En ik werd op mijn wenken bediend. Na de obligate vragen over de kleine (ja jong, droombaby, slaapt al weken door!) en complimenten over mijn figuur (ja jong, borstvoeding en kine, ideale combo! -dat en shapewear-) werd zowaar mijn mening gevraagd…over het al dan niet opwarmen van zwan-worstjes alvorens ze te eten. Hey, beggers can’t be choosers.

Geen nood, al gauw hadden we het over Syrië en Noord-Korea en de vraag wie nu de meest gestoorde leider had, en wie van onze katten het meest kans had om beroemd te worden zoals de achterlijke Lil Bub of Grumpy Cat. Een buikdansende dikke rosse Odin kwam als winnaar uit de bus. (note to self: ge zit nog twee maanden thuis, tijd genoeg om die katers de french cancan te leren.)

Om half twee ’s nachts keerde ik, verzadigd van vrienden en mocktails, huiswaarts om de mama af te lossen. Dat de kleine net die nacht weer om 4u om eten vroeg, was zijn zoete wraak.

Ohja, daarmee was het dus nog niet gedaan hé mensen. Zondagnamiddag ging ik namelijk naar Het Ballet, wederom hoofdletterwaardig. De Gentse opera was het decor voor Flanders Fields, een vierluik over de gruwel van De Groote Oorlog, onder begeleiding van het Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen. Onbegrijpelijk hoe zo’n zwaar thema met zoveel lichtheid kan gebracht worden. Ik heb zelfs niet geprobeerd om mijn tranen weg te slikken. Serieus, naast het baren van een kind is ballet het schoonste wat ge met een lichaam kunt doen. Ballet Vlaanderen gaat met de voorstelling op tournee naar Antwerpen en Hasselt, dus wie de kans krijgt: gaat dat zien!

Na de 3 uur durende voorstelling stond er nog een terrasje op het menu, maar mijn bijna-barstende borsten riepen mij tot de orde. You win some, you lose some. En ach, thuiskomen en zijn guitige lach zien zodra je binnen zijn gezichtsveld verschijnt, doet alle terrassen ter wereld teniet.

New kid in town

Eerst en vooral: neen, dit wordt geen mamablog. Er zijn grenzen aan de personal space die ik wil opgeven voor zoonlief, zeker omdat hij nu al zo’n onuitwisbare sporen heeft aangebracht aan lijf, lief en leven. Wat het wel wordt, weet ik niet. Ik doe het vanuit een onweerstaanbare behoefte om te schrijven, vanuit de noodzaak om de dagelijkse frustraties – veroorzaakt door hemeltergende nieuwsberichten, een ontroostbaar kind, onophoudelijk ruiende katten terwijl je een kuisvrouw betaalt, pms, ignorante HLN-commentaren, de drooglegging van mijn sociaal leven en lege koffiepakjes – niet uit te werken op Het Lief… en ook wel omdat ik weet dat jullie mij gemist hebben.

Al zal het toch anders zijn, want de vroegere schrijfsels over feestend nachtbraken, hersendodende studentenjobs en avontuurlijke sekscapades vol zelfbeklag zijn ingeruild voor kronieken der slapeloze nachten met babykots en lekkende borsten, Echte Jobs met Echte Verantwoordelijkheden en seks-als-we-eens-niet-afgepeigerd-zijn-en-dan-liefst-lepeltje-lepeltje-want-dat-kost-het-minst-energie. Maar ik zal het proberen boeiend te houden.

Ik kan dus niet ontkennen dat Het Moederschap een grote impact heeft. Al is het er nog maar 10 weken, er zijn verdomd veel dingen die ze tijdens geen enkele prenatale infosessie hebben verteld.

Eerst en vooral: je kan je op geen enkele manier echt voorbereiden op de bevalling. Luister dus niet naar de horrorverhalen van je collega’s (of dat van mij), lees geen fora met getuigenissen van panische moeders en maak je vooral niet te veel illusies: je kan op voorhand beslissen dat je een natuurlijke bevalling wil, je het kind ongewassen een uur op je borst wil houden, papa de navelstreng zal doorknippen en je Middletonesk na enkele uren met een blosje op de wangen en netjes gekleed je bezoek ontvangt. Zo had ik het graag gehad.

Maar in werkelijkheid zal je na 5 uur weeën om een epidurale vragen omdat ze je hadden gewaarschuwd dat het wel een lange dag kan worden; zullen ze na een verrassend vlotte arbeid nog eens 5 uur later de kleine er met een zuignap uitsleuren terwijl twee vroedvrouwen hun hele gewicht op je buik zetten; zal je lief je met tranen van vreugde melden dat je een zoon hebt gebaard terwijl de kinderarts alle noodzakelijk check-ups doet en de vroedvrouw je vraagt om de naam. Je stamelt “Eppo” en hoopt dat de naam past bij het onzichtbaar hummeltje. Als ze hem dan na een schijnbare eeuwigheid op je borst leggen, wil je je gynaecoloog in het gezicht trappen omdat dat hechten te lang duurt en je in die houding onmogelijk kan checken of je zoon al dan niet een bochel heeft die matcht met die knoert van een bult op zijn hoofd. En nadien zal hij nog 24 uur op de neonatologie gemonitord worden, maar dat weet je pas als hij de dag nadien eindelijk bij je op de kamer mag. Geloof me, die vreselijke “knip” waar iedereen het over had, was het minste van je zorgen.

Maar ook bovenstaande is geen representatief beeld. En toegegeven, het klinkt ook veel erger dan het was. De vroedvrouwen zijn zachte rotsen in de branding en de pijn is hels maar ook zo relatief als je je lief zijn zoon in de armen ziet houden. Bovendien: als je hem ’s nachts gaat voeden op de neonatologie en je rijdt (in een rolstoel, jawel, lopen zat er de eerste twee dagen niet in. Respect, Kate) langs al die bakjes met inimini-baby’s die niet zonder handschoenen mogen worden aangeraakt en waar zo veel draadjes aan kleven dat ze wel robotjes lijken, dan kus je je beide pollekes én die van je zoon, want jij kan dat tenminste zonder masker.

Als je (schoon)ouders dan trots hun eerste kleinkind komen bezoeken, zegt geen van hen dat je gezicht vol bloeduitstortingen staat door het harde persen. Dank daarvoor. Maar bovenal vergeet men ook te zeggen dat je opeens met andere ogen naar je ouders kijkt en dat je hen nog nooit zo liefdevol en vol verwondering hebt zien kijken, maar dat het minstens zo intens moet geweest zijn toen jij in hun armen lag.

Maar er is ook een categorie “aangename verrassingen”: dat je vlinders in je buik krijgt als je om half drie ’s nachts je zoon aan de borst legt en hij met zijn kleine handjes zachtjes in je huid knijpt; dat hij je zelfs in het midden van de nacht de slappe lach bezorgt als hij een paniekerige kreet slaakt, een groteske scheet laat en verder slaapt. Niemand laat je weten dat je zal beginnen te janken zodra het op televisie over zieke kindjes gaat, of verstoten babydiertjes (damn you, May Tagu!) en dat je de mannen die wellustig naar je verworven F-cup loeren als een superwoman een welgemikt straaltje melk in de ogen wil sproeien.

Shit, zo werd de eerste post toch een mommy rant. Ik kan niet beloven dat het niet nog eens gebeurt.

2015-03-15 19.15.50