Out with the old

Dit weekend was een mijlpaal. Neen, de kleine kan nog niet rollen of zitten of zelf zijn pamper verversen – al wil ik graag geloven dat hij het goed bedoelt als hij zijn voeten in zijn opengeplooide luier dipt – maar ik ben voor het eerst naar een Feestje geweest. Ja, dat is hoofdletterwaardig. Het stond al weken in fluo mijn agenda: zaterdag 16 mei, cocktailparty bij Nele. Het was snel geregeld, mijn moeder zou babysitten, mijn lief zou ervan profiteren om naar een concert te gaan en ik zou voor het eerst in drie maanden een beha kunnen dragen die je niet kan openklikken. Alleen al daarvoor was ik razend enthousiast. Dat ik ondertussen ook weer in de meeste van mijn pre-Eppo kleedjes pas, was een ware verademing na maanden van comfy pants en borstvoedingsbestendige tops.

Ik geef toe, het was bevrijdend. Niet alleen voor mijn borsten, maar vooral voor mijn brein. Na maanden van oesjeboe-en en “alé lach ne keer naar mama” (de papa hoeft maar zijn hoofd boven het park te hangen, uiteraard), keek ik zo hard uit naar normale gesprekken over…alles.
En ik werd op mijn wenken bediend. Na de obligate vragen over de kleine (ja jong, droombaby, slaapt al weken door!) en complimenten over mijn figuur (ja jong, borstvoeding en kine, ideale combo! -dat en shapewear-) werd zowaar mijn mening gevraagd…over het al dan niet opwarmen van zwan-worstjes alvorens ze te eten. Hey, beggers can’t be choosers.

Geen nood, al gauw hadden we het over Syrië en Noord-Korea en de vraag wie nu de meest gestoorde leider had, en wie van onze katten het meest kans had om beroemd te worden zoals de achterlijke Lil Bub of Grumpy Cat. Een buikdansende dikke rosse Odin kwam als winnaar uit de bus. (note to self: ge zit nog twee maanden thuis, tijd genoeg om die katers de french cancan te leren.)

Om half twee ’s nachts keerde ik, verzadigd van vrienden en mocktails, huiswaarts om de mama af te lossen. Dat de kleine net die nacht weer om 4u om eten vroeg, was zijn zoete wraak.

Ohja, daarmee was het dus nog niet gedaan hé mensen. Zondagnamiddag ging ik namelijk naar Het Ballet, wederom hoofdletterwaardig. De Gentse opera was het decor voor Flanders Fields, een vierluik over de gruwel van De Groote Oorlog, onder begeleiding van het Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen. Onbegrijpelijk hoe zo’n zwaar thema met zoveel lichtheid kan gebracht worden. Ik heb zelfs niet geprobeerd om mijn tranen weg te slikken. Serieus, naast het baren van een kind is ballet het schoonste wat ge met een lichaam kunt doen. Ballet Vlaanderen gaat met de voorstelling op tournee naar Antwerpen en Hasselt, dus wie de kans krijgt: gaat dat zien!

Na de 3 uur durende voorstelling stond er nog een terrasje op het menu, maar mijn bijna-barstende borsten riepen mij tot de orde. You win some, you lose some. En ach, thuiskomen en zijn guitige lach zien zodra je binnen zijn gezichtsveld verschijnt, doet alle terrassen ter wereld teniet.

New kid in town

Eerst en vooral: neen, dit wordt geen mamablog. Er zijn grenzen aan de personal space die ik wil opgeven voor zoonlief, zeker omdat hij nu al zo’n onuitwisbare sporen heeft aangebracht aan lijf, lief en leven. Wat het wel wordt, weet ik niet. Ik doe het vanuit een onweerstaanbare behoefte om te schrijven, vanuit de noodzaak om de dagelijkse frustraties – veroorzaakt door hemeltergende nieuwsberichten, een ontroostbaar kind, onophoudelijk ruiende katten terwijl je een kuisvrouw betaalt, pms, ignorante HLN-commentaren, de drooglegging van mijn sociaal leven en lege koffiepakjes – niet uit te werken op Het Lief… en ook wel omdat ik weet dat jullie mij gemist hebben.

Al zal het toch anders zijn, want de vroegere schrijfsels over feestend nachtbraken, hersendodende studentenjobs en avontuurlijke sekscapades vol zelfbeklag zijn ingeruild voor kronieken der slapeloze nachten met babykots en lekkende borsten, Echte Jobs met Echte Verantwoordelijkheden en seks-als-we-eens-niet-afgepeigerd-zijn-en-dan-liefst-lepeltje-lepeltje-want-dat-kost-het-minst-energie. Maar ik zal het proberen boeiend te houden.

Ik kan dus niet ontkennen dat Het Moederschap een grote impact heeft. Al is het er nog maar 10 weken, er zijn verdomd veel dingen die ze tijdens geen enkele prenatale infosessie hebben verteld.

Eerst en vooral: je kan je op geen enkele manier echt voorbereiden op de bevalling. Luister dus niet naar de horrorverhalen van je collega’s (of dat van mij), lees geen fora met getuigenissen van panische moeders en maak je vooral niet te veel illusies: je kan op voorhand beslissen dat je een natuurlijke bevalling wil, je het kind ongewassen een uur op je borst wil houden, papa de navelstreng zal doorknippen en je Middletonesk na enkele uren met een blosje op de wangen en netjes gekleed je bezoek ontvangt. Zo had ik het graag gehad.

Maar in werkelijkheid zal je na 5 uur weeën om een epidurale vragen omdat ze je hadden gewaarschuwd dat het wel een lange dag kan worden; zullen ze na een verrassend vlotte arbeid nog eens 5 uur later de kleine er met een zuignap uitsleuren terwijl twee vroedvrouwen hun hele gewicht op je buik zetten; zal je lief je met tranen van vreugde melden dat je een zoon hebt gebaard terwijl de kinderarts alle noodzakelijk check-ups doet en de vroedvrouw je vraagt om de naam. Je stamelt “Eppo” en hoopt dat de naam past bij het onzichtbaar hummeltje. Als ze hem dan na een schijnbare eeuwigheid op je borst leggen, wil je je gynaecoloog in het gezicht trappen omdat dat hechten te lang duurt en je in die houding onmogelijk kan checken of je zoon al dan niet een bochel heeft die matcht met die knoert van een bult op zijn hoofd. En nadien zal hij nog 24 uur op de neonatologie gemonitord worden, maar dat weet je pas als hij de dag nadien eindelijk bij je op de kamer mag. Geloof me, die vreselijke “knip” waar iedereen het over had, was het minste van je zorgen.

Maar ook bovenstaande is geen representatief beeld. En toegegeven, het klinkt ook veel erger dan het was. De vroedvrouwen zijn zachte rotsen in de branding en de pijn is hels maar ook zo relatief als je je lief zijn zoon in de armen ziet houden. Bovendien: als je hem ’s nachts gaat voeden op de neonatologie en je rijdt (in een rolstoel, jawel, lopen zat er de eerste twee dagen niet in. Respect, Kate) langs al die bakjes met inimini-baby’s die niet zonder handschoenen mogen worden aangeraakt en waar zo veel draadjes aan kleven dat ze wel robotjes lijken, dan kus je je beide pollekes én die van je zoon, want jij kan dat tenminste zonder masker.

Als je (schoon)ouders dan trots hun eerste kleinkind komen bezoeken, zegt geen van hen dat je gezicht vol bloeduitstortingen staat door het harde persen. Dank daarvoor. Maar bovenal vergeet men ook te zeggen dat je opeens met andere ogen naar je ouders kijkt en dat je hen nog nooit zo liefdevol en vol verwondering hebt zien kijken, maar dat het minstens zo intens moet geweest zijn toen jij in hun armen lag.

Maar er is ook een categorie “aangename verrassingen”: dat je vlinders in je buik krijgt als je om half drie ’s nachts je zoon aan de borst legt en hij met zijn kleine handjes zachtjes in je huid knijpt; dat hij je zelfs in het midden van de nacht de slappe lach bezorgt als hij een paniekerige kreet slaakt, een groteske scheet laat en verder slaapt. Niemand laat je weten dat je zal beginnen te janken zodra het op televisie over zieke kindjes gaat, of verstoten babydiertjes (damn you, May Tagu!) en dat je de mannen die wellustig naar je verworven F-cup loeren als een superwoman een welgemikt straaltje melk in de ogen wil sproeien.

Shit, zo werd de eerste post toch een mommy rant. Ik kan niet beloven dat het niet nog eens gebeurt.

2015-03-15 19.15.50