Zomer 2017, een bloemlezing

Ik weet dat ge een blogpost niet moogt beginnen met het excuus dat het lang geleden is omdat ge geen tijd hebt, maar echt, ik loop al weken van hot naar her met een knagend gevoel, een hoofd en Evernotebestand vol ideeën, maar simpelweg geen moment van rust om mij eens aan het schrijven te zetten.

Maar hier is ie dan, met mijn grootste mannen in het zwembad en mijn kleine ukken wippend aan mijn voeten, vol bewondering voor hun eigen voeten. Het wordt waarschijnlijk wel een chaotisch gevalletje waarin ik alles van de voorbije weken in één post wil persen. Brace yourselves.

We beginnen waar we geëindigd zijn: onze vakantie. Eind juli trokken we een week naar Limburg, want veel verder moet ge met drie kinderen niet proberen te rijden, wat die hipster die met zijn baby van drie maanden in de draagdoek Vietnam rondtrok ook beweert. Het was er heerlijk. Ik kan u ’t Klein Gerigt warm aanbevelen. Een zwembad en trampoline in de tuin, babybedjes, leesboekjes en een eetstoel in het huis en een kinderboerderij, binnenspeeltuin en Bokrijk op een steenworp. Meer moet ge echt niet hebben, gastjes. Wij hadden bij ons vertrek het huisje al gereserveerd voor volgende zomer, maar dat hebben we deze week geannuleerd om nog nader te verklaren redenen. Spannend!

In augustus ging het lief weer werken en startte Eppo zijn laatste weken in de crèche. Ik voelde ook bij mijzelf de nood om uit te breken. Na zes maanden zorgen en zogen, zat ik ferm op mijn tandvlees. Ik was snel geïrriteerd, we maakten ruzie om de stomste dingen, Eppo sliep slecht en ik had nog geen zicht op nieuw werk. Kies voor het onderwijs, they said, it will be fun, they said. Zucht. Een fel lichtpuntje uit augustus is wel de geboorte van Emiel en Julien, neefjes voor onze kroost en de eerste kindjes van Ken zijn broer. Het zijn dotjes, maar ik ben blij dat ik niet in hun schoenen sta. Ik ben oprecht blij dat we met Eppo al eens konden “oefenen” en daarmee ook wisten wat ons te wachten stond, waardoor we op de meest pittige momenten konden putten uit onze ervaring en wisten: “this too shall pass.” Ook de succesvolle borstvoedingsperiode bij Eppo maakt dat ik kon doorbijten op het moment dat ik met ontstekingen, bloedende kloven en dubbel zo veel hongerige mondjes in de zetel zat te janken. En daarom krijgen ze tot op vandaag nog steeds borstvoeding. Hashtag trots.

En toen werd het 1 september. Met een bang hartje gingen we Eppo afzetten in het nestklasje van Freinetschool De Tovertuin. Daar kunnen de instappertjes van het einde van vorig schooljaar en de “nieuwkes” samen rustig acclimatiseren, exploreren en experimenteren. Zodra ze er klaar voor zijn, schuiven ze door naar hun echte classe unique, waar ze tot hun 6 jaar samen zitten. Alsof hij nooit iets anders had gedaan, ging onze peuter aan het spelen. ’s Avond gingen we een kleuter oppikken die niet mee naar huis wilde. Het voelt goed, net zoals de crèche van Han en Ida. We kozen dit keer bewust voor een kinderdagverblijf waar duurzaamheid hoog in het vaandel wordt gedragen. In De Biotoop gebruiken ze standaard wasbare luiers, gebruiken ze verzorgingsproducten van Weleda, krijgen de kindjes hoofdzakelijk vegetarisch eten, dat elke dag vers en biologisch is klaargemaakt en doen ze fijne activiteiten met de kleintjes, ver weg van alles wat commercieel klinkt. Zo worden er geen liedjes van Studio 100 door hun strot geramd, maar word je dankzij klassiekers als deze terug naar je eigen kindertijd gekatapulteerd als je je ukken gaat halen. Dat wordt een hele verademing als ze zelf beginnen te zingen.

Maar ook voor mij werd 1 september een dag van new beginnings. Ik kreeg namelijk telefoon van Syntra met de ideale jobaanbieding: twee dagen per week 8 uur lesgeven. Dat geeft me voldoende tijd om mijn lessen deftig voor te bereiden, mijn lerarenopleiding af te werken en als het even meezit op vrijdagochtend yoga te doen. Het allerbeste daaraan is wel dat ik niet moet werken of voorbereiden in het weekend waardoor dit eindelijk weer in het teken kan staan van mijn gezin. Echt, iets met gat en boter hierzo.

Ik voel alsof ik eindelijk mijn draai weer aan het vinden ben, alsof ik weer rustig kan ademen na een hele poos te proberen van die gewoon zo lang mogelijk in te houden. Een tweeling, een peuterpuber, een eindeloze hoop was en een huis dat enkel netjes ligt op woensdag tussen 16u en 17u, wanneer de kuisvrouw net weg is en wij nog niet thuis zijn…het wreekt zich onherroepelijk. Maar nu kan ik tenminste af en toe wegvluchten en doen alsof ik in een parallel universum leef. Enkel mijn op springen staande borsten op het einde van de werkdag herinneren mij aan mijn kroost. Dat dan weer wel.

Die kleintjes groeien ondertussen als kool, eten sinds een maand of twee papjes, rollen en lachen luidop en ik hoop dat ze binnenkort kunnen zitten, dan zullen ze zich misschien wat minder snel vervelen en echt samen beginnen te spelen. Nu beperkt zich dat tot elkaar per ongeluk meppen in het rollen, op elkaars lichaamsdelen sabberen als said lichaamsdeel zich voor hun mond bevindt, maar ze beginnen ook wel echt te lachen als ze elkaar (én Eppo) zien. Op zulke momenten smelt ik echt tot een plasje water.

IMG_20170901_130545159

That guy has my face!

IMG_20170826_104830530

Uitleggen en peten tekenen.

IMG_20170905_104724218

Twee seconden later was er minstens één aan het bleiten.

Nog een random gebeurtenis: we kochten een tweede bakfiets. Zo kan ik ’s morgens Han en Ida naar de crèche voeren terwijl Ken met zijn bakfiets Eppo afzet. Ik koos hem helemaal zelf en hij rijdt met elektrische ondersteuning. Dat rijdt zó fantastisch, echt. Zelfs voor een afstand van 10 kilometer zou ik nu sneller de fiets nemen dan de auto. Check ons eco-hip zijn.

U ziet, we hebben best een fijne zomer achter de rug en zijn weer op de rollercoaster die het leven heet gestapt. Geen zorgen, ook dat overleven we wel.

Twin peaks: 3 maanden

Keihard afgekeken van blogvriendin Huizeke Sluizeken, deze nieuwe rubriek. Al denk ik dat ik met mijn ogen wel al meer van haar heb gestolen. We zitten namelijk in hetzelfde schuitje, al zit Joyce er al een jaartje langer in: een peuter en dan een tweeling erbij. Plezant dat dat is! Kuch.

Het lijkt mij namelijk wel handig om hun evolutie een beetje bij te houden. Ik merk hoe beperkt het Evernote-bestandje is waarin ik Eppo zijn ontwikkeling probeer bij te houden. Verder dan wat vage omschrijvingen als “twee tandjes onderaan, april 16” of “kaka op het potje, juni 17” gaat het eigenlijk niet. En eigenlijk zou je elke mijlpaal echt moeten vastleggen. Niet dat ik per se een foto van die drol wilde nemen, maar de trotse blik in zijn ogen, waarna hij “bwavooo” roept en zichzelf een applausje geeft…dat is iets wat ik graag op film had gehad zodat ik er hem mee kan pesten op zijn trouwfeest.

Dat gezegd zijnde, mijn jongste telgen zijn ondertussen al bijna vier maanden oud, dus we beginnen al meteen met een beetje vertraging. Dat gaat ge mij nog een paar keer moeten vergeven, denk ik. Als er iets is wat ik namelijk elke dag aan den lijve ondervind, dan is het wel dat zo’n tweeling verdomd veel van u vraagt, zowel fysiek als mentaal en al zeker in combinatie met een vinnige peuter. Ter illustratie: ik had na amper een maand mijn startgewicht terug en de weegschaal gaf op het einde toch bijna 20 kg extra aan.

 

Ik had eigenlijk een behoorlijk voorspoedige zwangerschap, ook al ben ik eind oktober al gestopt met werken. Fysiek is het dus wel een pak zwaarder, twee foetussen in plaats van één, want trappen lopen en sleuren met cursussen zat er gewoon toen al niet meer in. Bovendien had mijn hoofd het voor de verandering weer lastig met zichzelf en vonden zowel de huisarts als de gynaecoloog het best wel verantwoord om mij voldoende rust en een goede psycholoog voor te schrijven. Nochtans blijkt de tweeling een remedie op zich: er is gewoon geen tijd of energie over om te tobben over mijn eigen muizenissen. Uiteraard zal zich dat wel wreken binnen enkele maanden, maar laten we dat gewoon nog even collectief negeren, ok? Het levert ongetwijfeld nog boeiend schrijfmateriaal op.

Voor ik overga op het kirren van Han en het rollen van Ida (ja, echt, nu al), zal ik eerst enkele FAQ, the twins edition voor u beantwoorden.

  • Zit het in de familie?
    • Ja. Mijn mama is zelf deel van een twee-eiige tweeling. Haar broer is mijn dooppeter. Voor zover ik iets van genetica ken (niets dus), is de twee-eiige versie de erfelijke en eeneiig toeval. Maar ik denk dat de wetenschap gewoon niet weet waaróm zo’n eitje opeens splits, waar bij een twee-eiige het “gewoon” om een dubbele eisprong gaat. Bij nader inzien heb ik dat ook gemerkt toen we aan het proberen waren. Ik hield mijn cyclus al een tijdje bij in een app en merkte dat mijn lijf een paar dagen na mijn voorspelde eisprong weer dezelfde symptomen vertoonde. Ik heb daar toen niet veel aandacht aan besteed, al sms’te ik mijn lief wel dat we volgens mijn app misschien nog eens een plezante avond konden hebben. Ik had hem toen beter op café gestuurd.
      (grapje hé, ik heb voor alle duidelijkheid geen spijt van mijn kindjes ee)
  • Had je het dus verwacht/ingecalculeerd?
    • Fak nee. Ik was ook nu vrij snel zwanger (bij Eppo was het al raak op het moment dat we het voor het eerst ter sprake brachten en een beetje onvoorzichtig te werk waren gegaan, oeps) en aangezien we op reis vertrokken de dag nadat we van de huisarts de bevestiging kregen, hadden we in het ziekenhuis pas een afspraak op 12 weken vastgelegd. De vroedvrouw van Geboren in Gent die we ontmoetten rond week 8 had me verzekerd dat een echo nog niet nodig was. “Zo lang ge u mottig voelt, is alles ok.” En mannekes, mottig was ik zeker. In tegenstelling tot bij Eppo, belandde mijn ontbijt steevast in de wc. En niet op de reeds verteerde manier. Volgens een tante was het dan zeker een meisje. We hadden de familie al op de hoogte gebracht en deden nog lacherig over de late eerste echo. “Stel je voor dat ze er opeens drie zien! Haha! Ja! Stel je voor!” Pwa pwa pwaaa.
  • Hoe reageerde je?
    • Maandag 22 augustus, komt een vrouw (en haar lief) bij de dokter… niet zomaar een dokter, nee. Dokter Anne De Vits. Een gevestigde waarde bij iedereen die graag zo natuurlijk mogelijk wil bevallen. Ik was op aanraden van een vriendin bij haar terechtgekomen. Na de traumatische bevalling van de eerstgeborene, wist ik wat ik wilde. Of toch wat ik niét wilde. Normaal gezien kom je bij De Vits enkel op consultatie voor de drie belangrijkste echo’s en gebeurt de rest van de opvolging door de vroedvrouw. Dat is al een duidelijk signaal: geen overgemedicaliseerde zwangerschap hier. Tenzij er natuurlijk complicaties of risico’s zijn. En laat een tweeling nu toch een behoorlijk risico zijn. Ik had dus elke drie weken een afspraak en had daardoor ook het geluk dat we elkaar goed kenden en aanvoelden tegen de bevalling.

      Het kennismakingsgesprek verloopt gemoedelijk. Daarna neem ik plaats op de bank en als ze de gel op mijn buik aanbrengt, kan ik haar nog snel zeggen dat we het geslacht liever niet willen weten, mocht ze dat al kunnen zien. “Tenzij het een tweeling is, dat is al genoeg verrassing”, grap ik nog. Ja, echt. Ze vraagt of het in de familie voorkomt, waarop ik bevestig. Drie seconden later is het eerste wat ze zegt: “amai, sterke familietrek.”Ik denk niet dat er bij een eerste echo doorgaans veel wordt gevloekt, maar het was sterker dan mezelf. Ze vraagt enkele keren aan Ken of hij niet wil gaan zitten en stuurt ons met wat informatie en het advies om het even te laten bezinken naar huis. We fietsen gedesoriënteerd langs de vaart en stellen elkaar luidop tientallen vragen. “Moeten we nu verhuizen?” “Moeten we een auto kopen?” “Gaat de crèche nog plaats hebben?” “Kunnen we dat wel betalen, drie kinderen?” “Shit.”

15625755_10154854092069176_6234698234371205330_o

Echo van rond de 30 weken. Zie die tootjes!

Zet u schrap, hier volgt een korte beschrijving van de bevalling. Overslaan naar believen.

Gelukkig gaan die eerste zorgen vrij snel liggen en maken ze plaats voor enthousiasme. Twee baby’s in mijn buik, hoe zot is da?! Zoals gezegd verliep de zwangerschap vlot, maar waar de meeste tweelingen rond 37 weken geboren worden, hielden Han en Ida de spanning erin. Toen het ernaar uitzag dat sterrenkijker Han en stuitligger Ida niet vanzelf gingen komen, besliste dokter De Vits om in te leiden rond 39 weken. Hoewel het dus alsnog een behoorlijk gemedicaliseerde bevalling werd (met weeënversterkers, epidurale verdoving en breken van de vliezen), er werd met mij gepraat en elke stap klonk logisch en weloverwogen. Dat was een hele opluchting, want ik was al behoorlijk hoogzwanger toen de hele heisa rond #genoeggezwegen losbarstte. Dat katapulteerde me meteen terug naar de vreselijke bevalling van Eppo en sterkte me in mijn overtuiging dat je je als vrouw maar beter goed kan informeren over de processen die plaatsvinden in je lichaam, je rechten als patiënt, de mogelijkheden rond natuurlijk bevallen, de begeleiding van een vroedvrouw, kortom: voldoende gewapend en vol zelfvertrouwen aan de bevalling kunnen beginnen, is essentieel. Maar ik had geluk, een geweldige gynaecoloog en een nog geweldigere vroedvrouw van het ziekenhuis zelf (AZ Jan Palfijn, peoples) bezorgden mij de bevalling van mijn dromen. Er was geen haast, mijn lichaam kreeg alle kansen om het zelf op te lossen, er werd enkel hier en daar een duwtje gegeven. En dat hadden ze nodig daarbinnen. Han daalde ontzettend traag in. Na uren wiebelen, rondwandelen en bekken kantelen, werden zijn vliezen gebroken en pas dan had mijn lijf door dat er een baby aankwam. Toen ging het wel snel: de lichten werden gedempt, de gordijntjes gesloten, ik mocht op mijn zij liggen (heerlijk, geen benen in van die plastic beugels waardoor uw knieën in uw ribbenkast geduwd worden) en na amper twee keer persen hoorde ik “pak hem maar!”
Een onbeschrijflijk gevoel: je eigen kind opvangen en hem op je borst leggen. Bleiten, mannekes! En na een kwartier mocht ik dat gewoon nog een keer doen! Al ging dat iets minder vlot. Ida haar hartslag viel namelijk weg bij elke wee en ze werd als een slap vodje enkele tellen op mijn buik gelegd en toen meteen door de kinderarts overgenomen om de eerste zorgen toe te dienen. Gelukkig krijste ze na een halve minuut ook de boel bij elkaar. Twee keer 48 cm, hij 2,8 kg en zij 3kg droog aan den haak. Goed gedaan, al zeg ik het zelf.

 

En nu zijn we dus al 16 weken verder. De eerste acht waren het lastigst: een peuter die nog steeds niet wil slapen en vaak zijn plek in ons bed opeist (en bij een hittegolf zoals nu bij voorkeur op mijn hoofdkussen, met zijn klein plaklijf tegen dat van mij, terwijl ik liggend een baby probeer te voeden), baby’s die slecht aan de borst drinken maar toch elke twee uur gevoed moeten worden, kloven, ontstekingen, Raynaud,…you name it, I had it. Maar ik heb het gevoel dat we ondertussen onze draai beginnen te vinden. Ook de borstvoeding loopt nu op rolletjes, dus dat maakt alles een pak draaglijker. Als ge zoals ik in’t begin opziet tegen elke voeding omdat het zo veel pijn doet, dan is die roze wolk snel donkergrijs. Zeker als ge dat dubbel zo vaak moet doen.

 

Ook het feit dat er steeds meer interactie is, dat ze beginnen schaterlachen, speeltjes vastnemen, rollen en kirren, maakt veel goed. Ge kunt er al ne keer mee buiten komen, zegt. Ida rolde zowaar vandaag van rug naar buik. Aangezien haar grote broer een luiaard was die dat pas op zes maanden deed, viel ik wel even van mijn stoel. Han ligt erbij en kijkt ernaar. Ze zeggen toch dat meisjes sneller ontwikkelen, ik ben benieuwd of die trend zich doorzet!

En Eppo, die begint ook door te hebben dat ze nergens naartoe gaan. Soms gaat hij dus bij het aaien ook een beetje duwen op dat fontanelleke, wipt hij net iets te hard met de maxi-cosi van broer, gaat hij ‘per ongeluk’ op zus zitten die ligt te slapen op haar speeldeken en slaat hij met de blokfluit op broer zijn hoofd omdat die nog niet kan blazen. Ogen op uw gat en van die dingen. Al werpt hij hen ’s avonds kusjes toe als hij gaat slapen en vindt hij het geweldig als hij ze kan laten lachen. Dat dan weer wel.

Komt wel goed, zeker? Ik laat het u weten bij de volgende update, binnen een maand of drie.

 

Moederschapsheuvel

Alle begin is moeilijk. Alle herbegin is misschien nog moeilijker. Omdat je weet dat ze’t je niet gaan blijven vergeven. He means well is useless unless he does well. Zoiets. En daarmee is de lat meteen hoog gelegd. Al zal dat in de praktijk ongetwijfeld wel meevallen. Schrijven, is dat niet een beetje zoals fietsen, iets wat je niet verleert?

– Intermezzo: Ida huilt en heeft a) een propere luier, b) eten,
c) aandacht, d) all of the above nodig – 

Hah, dat was er wel boenk op. Vol goede intenties, ideeën, inspiratie en goesting ergens aan willen beginnen en na enkele minuten uit uw bubbel en met de voetjes weer op de grond gezet worden. Grond waarin ge tot aan uw enkels in de kak staat, waarop ge regelmatig uitglijdt en op uw muil gaat en die op tijd en stond vanonder uw voeten wegzakt. Al een geluk dat het vruchtbare grond is, zodat die ook bezaaid is met ontroerend schone bloemen, kabbelende beekjes en idyllisch huppelende lammetjes. Tot zover mijn metafoor voor het moederschap.

Ik ben dertig en ik heb drie kinderen jonger dan drie. Soms moet ik dat luidop zeggen om het te geloven. Ja, het is onnoemelijk zwaar en ja, het is zo hard de moeite waard. Alle clichés zijn waar, dus ik ga ze hier vooral niet opsommen. Ze zeggen wel eens dat een kind uw wereld op zijn kop zet. Dat klopt niet. Het is gewoon een heel niéuwe wereld die ontstaat. Ik hoorde deze week op de radio Lieven Scheire uitleggen dat rupsen in hun cocon geen vleugels krijgen en zo vlinder worden, maar helemaal ontbinden en vanuit die drek ontwikkelt zich dan een vlinder. Eat that, Lisa Del Bo.

In die zogenaamde nieuwe wereld sta je zelf niet meer in het centrum. Dat is enerzijds een verademing en anderzijds een verschrikking. Het idee dat uw kind iets tekort komt of iets overkomt is onbevattelijk. Een paar weken geleden sprintte ik nog als een leeuwin door de zandbak (al doen leeuwinnen dat ongetwijfeld gracieuzer dan ik) toen ik vanop een bankje zag hoe mijn peuter de lucht in werd gekatapulteerd door een wild schommeldende puber. In mijn hoofd zag ik al bloed óveral en ik stond klaar om een stel tienerogen uit te klauwen. De peuter mankeerde uiteraard niets, maar het meisje zal de speeltuin wel een poosje mijden. Mijn bitchy resting face is blijkbaar niets vergeleken bij mijn overprotective mother face.

watership-down1.png

Om maar te illustreren dat ge uzelf nogal snel verliest in heel dat mama-zijn. En ik was mezelf eigenlijk al kwijt voor ik eraan begon. Dus, hoe heerlijk die kleine teentjes, die kreetjes, de knuffels en de kleine kleertjes ook zijn, het wordt voor mij vooral zaak om terug in het reine te komen met mijzelf, wie dat ook moge zijn. En wat een handvol psychologen niet kon, lukt misschien wel met een gezonde portie schrijven, een zoveelste poging tot yoga en de tijd vinden om creatief bezig te zijn. Ik hoop jullie onderweg regelmatig tegen te komen. Het wordt in ieder geval een boeiende rit.

Herkenbaar? Alle tips zijn welkom.