Twin peaks: 3 maanden

Keihard afgekeken van blogvriendin Huizeke Sluizeken, deze nieuwe rubriek. Al denk ik dat ik met mijn ogen wel al meer van haar heb gestolen. We zitten namelijk in hetzelfde schuitje, al zit Joyce er al een jaartje langer in: een peuter en dan een tweeling erbij. Plezant dat dat is! Kuch.

Het lijkt mij namelijk wel handig om hun evolutie een beetje bij te houden. Ik merk hoe beperkt het Evernote-bestandje is waarin ik Eppo zijn ontwikkeling probeer bij te houden. Verder dan wat vage omschrijvingen als “twee tandjes onderaan, april 16” of “kaka op het potje, juni 17” gaat het eigenlijk niet. En eigenlijk zou je elke mijlpaal echt moeten vastleggen. Niet dat ik per se een foto van die drol wilde nemen, maar de trotse blik in zijn ogen, waarna hij “bwavooo” roept en zichzelf een applausje geeft…dat is iets wat ik graag op film had gehad zodat ik er hem mee kan pesten op zijn trouwfeest.

Dat gezegd zijnde, mijn jongste telgen zijn ondertussen al bijna vier maanden oud, dus we beginnen al meteen met een beetje vertraging. Dat gaat ge mij nog een paar keer moeten vergeven, denk ik. Als er iets is wat ik namelijk elke dag aan den lijve ondervind, dan is het wel dat zo’n tweeling verdomd veel van u vraagt, zowel fysiek als mentaal en al zeker in combinatie met een vinnige peuter. Ter illustratie: ik had na amper een maand mijn startgewicht terug en de weegschaal gaf op het einde toch bijna 20 kg extra aan.

 

Ik had eigenlijk een behoorlijk voorspoedige zwangerschap, ook al ben ik eind oktober al gestopt met werken. Fysiek is het dus wel een pak zwaarder, twee foetussen in plaats van één, want trappen lopen en sleuren met cursussen zat er gewoon toen al niet meer in. Bovendien had mijn hoofd het voor de verandering weer lastig met zichzelf en vonden zowel de huisarts als de gynaecoloog het best wel verantwoord om mij voldoende rust en een goede psycholoog voor te schrijven. Nochtans blijkt de tweeling een remedie op zich: er is gewoon geen tijd of energie over om te tobben over mijn eigen muizenissen. Uiteraard zal zich dat wel wreken binnen enkele maanden, maar laten we dat gewoon nog even collectief negeren, ok? Het levert ongetwijfeld nog boeiend schrijfmateriaal op.

Voor ik overga op het kirren van Han en het rollen van Ida (ja, echt, nu al), zal ik eerst enkele FAQ, the twins edition voor u beantwoorden.

  • Zit het in de familie?
    • Ja. Mijn mama is zelf deel van een twee-eiige tweeling. Haar broer is mijn dooppeter. Voor zover ik iets van genetica ken (niets dus), is de twee-eiige versie de erfelijke en eeneiig toeval. Maar ik denk dat de wetenschap gewoon niet weet waaróm zo’n eitje opeens splits, waar bij een twee-eiige het “gewoon” om een dubbele eisprong gaat. Bij nader inzien heb ik dat ook gemerkt toen we aan het proberen waren. Ik hield mijn cyclus al een tijdje bij in een app en merkte dat mijn lijf een paar dagen na mijn voorspelde eisprong weer dezelfde symptomen vertoonde. Ik heb daar toen niet veel aandacht aan besteed, al sms’te ik mijn lief wel dat we volgens mijn app misschien nog eens een plezante avond konden hebben. Ik had hem toen beter op café gestuurd.
      (grapje hé, ik heb voor alle duidelijkheid geen spijt van mijn kindjes ee)
  • Had je het dus verwacht/ingecalculeerd?
    • Fak nee. Ik was ook nu vrij snel zwanger (bij Eppo was het al raak op het moment dat we het voor het eerst ter sprake brachten en een beetje onvoorzichtig te werk waren gegaan, oeps) en aangezien we op reis vertrokken de dag nadat we van de huisarts de bevestiging kregen, hadden we in het ziekenhuis pas een afspraak op 12 weken vastgelegd. De vroedvrouw van Geboren in Gent die we ontmoetten rond week 8 had me verzekerd dat een echo nog niet nodig was. “Zo lang ge u mottig voelt, is alles ok.” En mannekes, mottig was ik zeker. In tegenstelling tot bij Eppo, belandde mijn ontbijt steevast in de wc. En niet op de reeds verteerde manier. Volgens een tante was het dan zeker een meisje. We hadden de familie al op de hoogte gebracht en deden nog lacherig over de late eerste echo. “Stel je voor dat ze er opeens drie zien! Haha! Ja! Stel je voor!” Pwa pwa pwaaa.
  • Hoe reageerde je?
    • Maandag 22 augustus, komt een vrouw (en haar lief) bij de dokter… niet zomaar een dokter, nee. Dokter Anne De Vits. Een gevestigde waarde bij iedereen die graag zo natuurlijk mogelijk wil bevallen. Ik was op aanraden van een vriendin bij haar terechtgekomen. Na de traumatische bevalling van de eerstgeborene, wist ik wat ik wilde. Of toch wat ik niét wilde. Normaal gezien kom je bij De Vits enkel op consultatie voor de drie belangrijkste echo’s en gebeurt de rest van de opvolging door de vroedvrouw. Dat is al een duidelijk signaal: geen overgemedicaliseerde zwangerschap hier. Tenzij er natuurlijk complicaties of risico’s zijn. En laat een tweeling nu toch een behoorlijk risico zijn. Ik had dus elke drie weken een afspraak en had daardoor ook het geluk dat we elkaar goed kenden en aanvoelden tegen de bevalling.

      Het kennismakingsgesprek verloopt gemoedelijk. Daarna neem ik plaats op de bank en als ze de gel op mijn buik aanbrengt, kan ik haar nog snel zeggen dat we het geslacht liever niet willen weten, mocht ze dat al kunnen zien. “Tenzij het een tweeling is, dat is al genoeg verrassing”, grap ik nog. Ja, echt. Ze vraagt of het in de familie voorkomt, waarop ik bevestig. Drie seconden later is het eerste wat ze zegt: “amai, sterke familietrek.”Ik denk niet dat er bij een eerste echo doorgaans veel wordt gevloekt, maar het was sterker dan mezelf. Ze vraagt enkele keren aan Ken of hij niet wil gaan zitten en stuurt ons met wat informatie en het advies om het even te laten bezinken naar huis. We fietsen gedesoriënteerd langs de vaart en stellen elkaar luidop tientallen vragen. “Moeten we nu verhuizen?” “Moeten we een auto kopen?” “Gaat de crèche nog plaats hebben?” “Kunnen we dat wel betalen, drie kinderen?” “Shit.”

15625755_10154854092069176_6234698234371205330_o

Echo van rond de 30 weken. Zie die tootjes!

Zet u schrap, hier volgt een korte beschrijving van de bevalling. Overslaan naar believen.

Gelukkig gaan die eerste zorgen vrij snel liggen en maken ze plaats voor enthousiasme. Twee baby’s in mijn buik, hoe zot is da?! Zoals gezegd verliep de zwangerschap vlot, maar waar de meeste tweelingen rond 37 weken geboren worden, hielden Han en Ida de spanning erin. Toen het ernaar uitzag dat sterrenkijker Han en stuitligger Ida niet vanzelf gingen komen, besliste dokter De Vits om in te leiden rond 39 weken. Hoewel het dus alsnog een behoorlijk gemedicaliseerde bevalling werd (met weeënversterkers, epidurale verdoving en breken van de vliezen), er werd met mij gepraat en elke stap klonk logisch en weloverwogen. Dat was een hele opluchting, want ik was al behoorlijk hoogzwanger toen de hele heisa rond #genoeggezwegen losbarstte. Dat katapulteerde me meteen terug naar de vreselijke bevalling van Eppo en sterkte me in mijn overtuiging dat je je als vrouw maar beter goed kan informeren over de processen die plaatsvinden in je lichaam, je rechten als patiënt, de mogelijkheden rond natuurlijk bevallen, de begeleiding van een vroedvrouw, kortom: voldoende gewapend en vol zelfvertrouwen aan de bevalling kunnen beginnen, is essentieel. Maar ik had geluk, een geweldige gynaecoloog en een nog geweldigere vroedvrouw van het ziekenhuis zelf (AZ Jan Palfijn, peoples) bezorgden mij de bevalling van mijn dromen. Er was geen haast, mijn lichaam kreeg alle kansen om het zelf op te lossen, er werd enkel hier en daar een duwtje gegeven. En dat hadden ze nodig daarbinnen. Han daalde ontzettend traag in. Na uren wiebelen, rondwandelen en bekken kantelen, werden zijn vliezen gebroken en pas dan had mijn lijf door dat er een baby aankwam. Toen ging het wel snel: de lichten werden gedempt, de gordijntjes gesloten, ik mocht op mijn zij liggen (heerlijk, geen benen in van die plastic beugels waardoor uw knieën in uw ribbenkast geduwd worden) en na amper twee keer persen hoorde ik “pak hem maar!”
Een onbeschrijflijk gevoel: je eigen kind opvangen en hem op je borst leggen. Bleiten, mannekes! En na een kwartier mocht ik dat gewoon nog een keer doen! Al ging dat iets minder vlot. Ida haar hartslag viel namelijk weg bij elke wee en ze werd als een slap vodje enkele tellen op mijn buik gelegd en toen meteen door de kinderarts overgenomen om de eerste zorgen toe te dienen. Gelukkig krijste ze na een halve minuut ook de boel bij elkaar. Twee keer 48 cm, hij 2,8 kg en zij 3kg droog aan den haak. Goed gedaan, al zeg ik het zelf.

 

En nu zijn we dus al 16 weken verder. De eerste acht waren het lastigst: een peuter die nog steeds niet wil slapen en vaak zijn plek in ons bed opeist (en bij een hittegolf zoals nu bij voorkeur op mijn hoofdkussen, met zijn klein plaklijf tegen dat van mij, terwijl ik liggend een baby probeer te voeden), baby’s die slecht aan de borst drinken maar toch elke twee uur gevoed moeten worden, kloven, ontstekingen, Raynaud,…you name it, I had it. Maar ik heb het gevoel dat we ondertussen onze draai beginnen te vinden. Ook de borstvoeding loopt nu op rolletjes, dus dat maakt alles een pak draaglijker. Als ge zoals ik in’t begin opziet tegen elke voeding omdat het zo veel pijn doet, dan is die roze wolk snel donkergrijs. Zeker als ge dat dubbel zo vaak moet doen.

 

Ook het feit dat er steeds meer interactie is, dat ze beginnen schaterlachen, speeltjes vastnemen, rollen en kirren, maakt veel goed. Ge kunt er al ne keer mee buiten komen, zegt. Ida rolde zowaar vandaag van rug naar buik. Aangezien haar grote broer een luiaard was die dat pas op zes maanden deed, viel ik wel even van mijn stoel. Han ligt erbij en kijkt ernaar. Ze zeggen toch dat meisjes sneller ontwikkelen, ik ben benieuwd of die trend zich doorzet!

En Eppo, die begint ook door te hebben dat ze nergens naartoe gaan. Soms gaat hij dus bij het aaien ook een beetje duwen op dat fontanelleke, wipt hij net iets te hard met de maxi-cosi van broer, gaat hij ‘per ongeluk’ op zus zitten die ligt te slapen op haar speeldeken en slaat hij met de blokfluit op broer zijn hoofd omdat die nog niet kan blazen. Ogen op uw gat en van die dingen. Al werpt hij hen ’s avonds kusjes toe als hij gaat slapen en vindt hij het geweldig als hij ze kan laten lachen. Dat dan weer wel.

Komt wel goed, zeker? Ik laat het u weten bij de volgende update, binnen een maand of drie.

 

Milestone I

Lieve Eppo,

Je bent nu zes maanden oud. Zes maanden, waarin je van een schattig bolletje naakte molrat bent ontpopt tot een guitig en speels aapje. Je mama is verslaafd aan natuurdocumentaires, je zal dat nog wel merken. Dat geldt trouwens ook voor animatiefilms, tot ergernis van je papa. Maar hij zal me nog dankbaar zijn als jij binnen enkele jaren elk uur de nieuwe “Let it goooo” wil zingen.

Ik val in herhaling, maar je bevestigt elke dag alle clichés. Dat ik nog nooit in mijn leven iemand zo graag heb gezien, ook al kan je nog niet eens rechtop zitten, laat staan die liefde woordelijk beantwoorden. De manier waarop je hele smoeltje oplicht zodra ik ’s morgens boven je bedje verschijn, kan me moeiteloos in tranen doen uitbarsten. Dat ik ook je papa zo ongelooflijk liefheb en ik verander in een plasje water als hij je doet schaterlachen met zijn buikscheten. Je bent echt bevoorrecht om zo’n papa te hebben.

Ik hoop dat je zorgeloos mag opgroeien. De beelden op het laatavondnieuws van baby’s, nauwelijks ouder dan jij, het kleine hoofdje amper zichtbaar door de veel te grote reddingsvest (er is verdomme een reden waarom dat niet in babymaat bestaat), aangereikt vanuit gammele en overladen bootjes, doen me zachtjes naar boven sluipen en je een zachte aai over je kale bol geven. Je mama is emotioneel zo mogelijk nóg labieler sinds jij er bent.

Ik kan je echter weinig garanties bieden. Het leven heeft geen “niet tevreden, geld terug” optie. Als je ook maar een beetje van mij mee hebt, zal je nog vaak gedesillusioneerd vechten met je eigen hoofd. Maar ik zal er alles aan doen om je ook de schone dingen te laten zien. Dan gaan we onder de blote hemel slapen, allemaal samen in bad ploeteren (zeg niet ‘krap’, zeg ‘gezellig’), logeren bij je Omie en Grompie of Nonna en Pep, duizenden boekjes lezen en zelf nieuwe verhalen verzinnen,… Ik zal proberen om met dezelfde kinderlijke verwondering naar de wereld te kijken en je los te laten als jij daar klaar voor bent.

Maar dan moet je wel ophouden met je vuile manieren.

IMG_20150823_185337675

Keep it real

Ik had de afgelopen weken tientallen blog-ideeën. Over de week van de opvoeding, daar zou ik wel iets grappig van kunnen maken, met een collectie foto’s van “dingen die je op je baby kan zetten”. Of een post over duurzaamheid en hoe bewuste keuzes als wasbaar luieren en autoloos leven me een beter mens doen voelen. Graag gedaan, ijsbeertjes! Of misschien moest ik maar eens een stukje wijden aan mijn favoriete bezigheden tijdens mijn moeder- en ouderschapsverlof, zoals naaien, en hopen dat ik daarmee op termijn free goodies kan scoren.

En dan realiseer ik me dat ik nauwelijks de tijd of de energie vind om die stukken te schrijven. Op het einde van de dag, wanneer Het Lief onze kleine prins in bed stopt, overzie ik de schade van de dag: een overvolle luierzak en een berg bekwijlde kleertjes – damn you, orale fase – die dringend gewassen moeten worden; halfvolle tassen koffie, verspreid over de woonkamer en argeloos neergezet en vergeten zodra Eppo om aandacht/eten/een verse luier vroeg; een stapel bedankingskaartjes die dringend op de post moeten en een vloer waar je letterlijk van kan eten. En het duurt nog anderhalve week tot de kuisvrouw weer komt.

Dus ja, dat valt soms ferm tegen, dat ouderschap, al was het eigenlijk niet veel beter voor de kleine er was. Ik denk zelfs dat ik er nu in slaag om er meer structuur in te brengen dan voorheen, omdat hij die regelmaat (en verse kleren en luiers) nodig heeft. Al vrees ik nu al de dag waarop ik weer moet gaan werken, omdat mijn fragiel systeem dan als een kaartenhuisje in elkaar zal vallen. Gedaan met het ophangen van de luiers, pleur die maar in de droogkast. En dat half afgewerkt jasje vind ik vast goedkoper in de H&M. Tegen dat ik het klaar heb, is het toch te klein.

We doen zo hard ons best, meneer. We willen zo graag een boeiende job waar we al onze ambities en creativiteit in kwijt kunnen, omringd met de fijnste collega’s waarmee we tijdens de koffiepauzes kunnen kletsen over die geweldige tijdelijke tentoonstelling in het SMAK of de schrijnende toestanden in Lampedusa. En dan rijden we naar huis op onze omafiets, met een heerlijke lentezon op de snoet en de wind in de rug, pikken we de kleine op van de crèche en zingen we liedjes op de weg naar huis, waar Het Lief ondertussen een verse vegetarische maaltijd klaarmaakt. Zo kunnen we ons hummeltje rustig in bad en bed steken en na het eten gezellig samen in de zetel een aflevering van Game of Thrones meepikken, of onze volgende reis naar Japan voorbereiden. De dag eindigt uiteraard met een korte maar pittige vrijpartij zonder dat de kleine wakker wordt terwijl die, zoals het Attachement Parentingdogma voorschrijft, na twee jaar nog steeds in een bedje naast jullie slaapt.

Ja, dat is kort door de van de pot gerukte bocht, maar het voelt wel alsof dit de nieuwe Heilige Graal is, het hedendaagse Instagramfilterleven. Ik ben het zo moe om van de ene existentiële crisis in de andere te duiken omdat iedereen alles zo goed voor elkaar lijkt te hebben, terwijl ik al watertrappelend de dagen doorspartel. Want ik doe óók mijn best, maar dat is niet genoeg om jullie elke dag een perfect gepolijst plaatje te kunnen voorschotelen. Dus stop allemaal eens met liegen.

Gedaan ermee, tijd voor wat realiteitszin. Ware het niet dat we hadden afgesproken om niet aan sharenting te doen, ik portretteerde Eppo nu in volle glorie, krijsend van de krampen, vermoedelijk veroorzaakt door zijn vaccins van vorige week, of misschien had ik gisterenavond geen wijn moeten drinken, of misschien stelt ie zich aan en wil hij gewoon opgepakt worden. Ze zeggen dat het zomer is buiten. Ik weet alleen dat het al middag is en ik nog steeds in pyjama zit.

Deze post werd geïnspireerd door dit artikel op Charlie Magazine.