Zomer 2017, een bloemlezing

Ik weet dat ge een blogpost niet moogt beginnen met het excuus dat het lang geleden is omdat ge geen tijd hebt, maar echt, ik loop al weken van hot naar her met een knagend gevoel, een hoofd en Evernotebestand vol ideeën, maar simpelweg geen moment van rust om mij eens aan het schrijven te zetten.

Maar hier is ie dan, met mijn grootste mannen in het zwembad en mijn kleine ukken wippend aan mijn voeten, vol bewondering voor hun eigen voeten. Het wordt waarschijnlijk wel een chaotisch gevalletje waarin ik alles van de voorbije weken in één post wil persen. Brace yourselves.

We beginnen waar we geëindigd zijn: onze vakantie. Eind juli trokken we een week naar Limburg, want veel verder moet ge met drie kinderen niet proberen te rijden, wat die hipster die met zijn baby van drie maanden in de draagdoek Vietnam rondtrok ook beweert. Het was er heerlijk. Ik kan u ’t Klein Gerigt warm aanbevelen. Een zwembad en trampoline in de tuin, babybedjes, leesboekjes en een eetstoel in het huis en een kinderboerderij, binnenspeeltuin en Bokrijk op een steenworp. Meer moet ge echt niet hebben, gastjes. Wij hadden bij ons vertrek het huisje al gereserveerd voor volgende zomer, maar dat hebben we deze week geannuleerd om nog nader te verklaren redenen. Spannend!

In augustus ging het lief weer werken en startte Eppo zijn laatste weken in de crèche. Ik voelde ook bij mijzelf de nood om uit te breken. Na zes maanden zorgen en zogen, zat ik ferm op mijn tandvlees. Ik was snel geïrriteerd, we maakten ruzie om de stomste dingen, Eppo sliep slecht en ik had nog geen zicht op nieuw werk. Kies voor het onderwijs, they said, it will be fun, they said. Zucht. Een fel lichtpuntje uit augustus is wel de geboorte van Emiel en Julien, neefjes voor onze kroost en de eerste kindjes van Ken zijn broer. Het zijn dotjes, maar ik ben blij dat ik niet in hun schoenen sta. Ik ben oprecht blij dat we met Eppo al eens konden “oefenen” en daarmee ook wisten wat ons te wachten stond, waardoor we op de meest pittige momenten konden putten uit onze ervaring en wisten: “this too shall pass.” Ook de succesvolle borstvoedingsperiode bij Eppo maakt dat ik kon doorbijten op het moment dat ik met ontstekingen, bloedende kloven en dubbel zo veel hongerige mondjes in de zetel zat te janken. En daarom krijgen ze tot op vandaag nog steeds borstvoeding. Hashtag trots.

En toen werd het 1 september. Met een bang hartje gingen we Eppo afzetten in het nestklasje van Freinetschool De Tovertuin. Daar kunnen de instappertjes van het einde van vorig schooljaar en de “nieuwkes” samen rustig acclimatiseren, exploreren en experimenteren. Zodra ze er klaar voor zijn, schuiven ze door naar hun echte classe unique, waar ze tot hun 6 jaar samen zitten. Alsof hij nooit iets anders had gedaan, ging onze peuter aan het spelen. ’s Avond gingen we een kleuter oppikken die niet mee naar huis wilde. Het voelt goed, net zoals de crèche van Han en Ida. We kozen dit keer bewust voor een kinderdagverblijf waar duurzaamheid hoog in het vaandel wordt gedragen. In De Biotoop gebruiken ze standaard wasbare luiers, gebruiken ze verzorgingsproducten van Weleda, krijgen de kindjes hoofdzakelijk vegetarisch eten, dat elke dag vers en biologisch is klaargemaakt en doen ze fijne activiteiten met de kleintjes, ver weg van alles wat commercieel klinkt. Zo worden er geen liedjes van Studio 100 door hun strot geramd, maar word je dankzij klassiekers als deze terug naar je eigen kindertijd gekatapulteerd als je je ukken gaat halen. Dat wordt een hele verademing als ze zelf beginnen te zingen.

Maar ook voor mij werd 1 september een dag van new beginnings. Ik kreeg namelijk telefoon van Syntra met de ideale jobaanbieding: twee dagen per week 8 uur lesgeven. Dat geeft me voldoende tijd om mijn lessen deftig voor te bereiden, mijn lerarenopleiding af te werken en als het even meezit op vrijdagochtend yoga te doen. Het allerbeste daaraan is wel dat ik niet moet werken of voorbereiden in het weekend waardoor dit eindelijk weer in het teken kan staan van mijn gezin. Echt, iets met gat en boter hierzo.

Ik voel alsof ik eindelijk mijn draai weer aan het vinden ben, alsof ik weer rustig kan ademen na een hele poos te proberen van die gewoon zo lang mogelijk in te houden. Een tweeling, een peuterpuber, een eindeloze hoop was en een huis dat enkel netjes ligt op woensdag tussen 16u en 17u, wanneer de kuisvrouw net weg is en wij nog niet thuis zijn…het wreekt zich onherroepelijk. Maar nu kan ik tenminste af en toe wegvluchten en doen alsof ik in een parallel universum leef. Enkel mijn op springen staande borsten op het einde van de werkdag herinneren mij aan mijn kroost. Dat dan weer wel.

Die kleintjes groeien ondertussen als kool, eten sinds een maand of twee papjes, rollen en lachen luidop en ik hoop dat ze binnenkort kunnen zitten, dan zullen ze zich misschien wat minder snel vervelen en echt samen beginnen te spelen. Nu beperkt zich dat tot elkaar per ongeluk meppen in het rollen, op elkaars lichaamsdelen sabberen als said lichaamsdeel zich voor hun mond bevindt, maar ze beginnen ook wel echt te lachen als ze elkaar (én Eppo) zien. Op zulke momenten smelt ik echt tot een plasje water.

IMG_20170901_130545159

That guy has my face!

IMG_20170826_104830530

Uitleggen en peten tekenen.

IMG_20170905_104724218

Twee seconden later was er minstens één aan het bleiten.

Nog een random gebeurtenis: we kochten een tweede bakfiets. Zo kan ik ’s morgens Han en Ida naar de crèche voeren terwijl Ken met zijn bakfiets Eppo afzet. Ik koos hem helemaal zelf en hij rijdt met elektrische ondersteuning. Dat rijdt zó fantastisch, echt. Zelfs voor een afstand van 10 kilometer zou ik nu sneller de fiets nemen dan de auto. Check ons eco-hip zijn.

U ziet, we hebben best een fijne zomer achter de rug en zijn weer op de rollercoaster die het leven heet gestapt. Geen zorgen, ook dat overleven we wel.

Quality Time

Geen zorgen, de stilte hier wil niet zeggen dat ik het alweer voor bekeken houd, maar wel dat mijn lief een maand ouderschapsverlof heeft en we dus enerzijds onze handen vol hebben met Eppo die ook thuis is en we anderzijds proberen om regelmatig iets leuks te doen omdat we tussen vier muren alleen maar zot worden.

Juli was dus tot nu toe een maand vol al dan niet spontane uitjes en eerlijk, na maanden alleen thuis zitten met de tweeling, doet dat ferm deugd. Waar ik met baby Eppo tijdens mijn moederschapsrust bijna dagelijks naar buiten ging, is dat met Han en Ida minder vanzelfsprekend. Niet alleen omdat het qua timing moeilijker te regelen is, ik ga namelijk liefst naar buiten als ze net gegeten hebben en verluierd zijn om de kans op dutjes te vergroten en de kans op huilbuien en bijhorende tetterij in de Zeeman (it happened) te verkleinen. Ook is het ronduit vermoeiend om op dat halfuurtje elke minuut een of andere al dan niet subtiele opmerking te moeten horen. Een bloemlezing:

“Is’t nen tweeling?”
(neen, een drieling, maar de lelijkste heb ik thuis gelaten)
“Ge weet ook wat te doen zeker?”
(ja, zoals boodschappen, mag ik?)
“Jongen en meiske? Alé, dan zijt ge ook klaar é”
(we hebben al een jongen, dus we gaan hierna voor nog een meisje, just is just é)
“Moh, zo schattig! Zie ne keer Josiane, nen tweeling!”
(tien minuten pijnlijk grimassen en begripvol knikken terwijl Josiane vertelt over het nichtje van haar buurvrouw die een drieling had)
“Oh, kzoe zo geire ne keer eentje pakken, madam”
(“madam”, echt? *stare of death*)
*tien paar random handen in de voiture*

Chance dat ik geen smetvrees heb of ik waste mijn baby’s na elke wandeling in Dettol.

Maar goed, gewapend met lief en kleuter durf ik al eens de wereld te trotseren. Al krijgen we dan wel minder directe opmerkingen, als ze eerst Ken en een rondstuiterende Eppo door de rayons zien lopen en mij daarachter met een kar vol maxi cosi’s, dan druipt het medelijden van hun gezicht af. En dat is zo mogelijk nóg irritanter. Neen, toevallige passant, ge kunt eigenlijk niets goed doen behalve lachen en ons negeren, dan doe ik hetzelfde.

De maand begon eigenlijk een beetje in mineur. Net zoals grote broer Eppo, moest Ida 24u in observatie blijven voor een ph-metrie. Voor de kinder- en refluxlozen onder jullie: daarbij wordt een sonde via de neus en slokdarm tot net voor de maagingang geplaatst en 24u lang wordt de zuurtegraad gemonitord om zo te zien of en hoe ernstig reflux aanwezig is.

IMG-20170704-WA0005

De conclusie was echter verrassend: geen reflux. Er is dus een andere reden waarom mijn kleine meid ’s avonds urenlang de longen uit haar lijf krijst. The search continues.

Een paar dagen later gingen we barbecue’en bij de jarige schoonbroer die binnen enkele weken met zijn vriendin ook een tweeling verwacht. Neen, dit verzin ik niet. Dat wordt ineens nogal een druk kerstfeestje. Bovendien word ik meter van een van die pateekes. Can’t wait. En terwijl de schoonouders vorige week in Frankrijk de bloemetjes buiten zetten, zijn wij in het Brugse op hun huis gaan passen. Een tripje naar de kinderboerderij kon daarbij niet ontbreken. Ik weet al waar ik Eppo op kamp ga sturen volgende zomer.

Tussendoor kocht ik met het oog op zijn eerste schooldag (help!) een ecologisch verantwoorde rugzak, lunchbox en drinkfles voor Eppo, knipte ik zijn haar, verfde ik het mijne bruin (what was I thinking, gelukkig heeft de zon het weer rost gemaakt) en ging de kleine af en toe uit logeren waardoor wij nog eens op’t gemak een koffie konden gaan drinken in Wondergem of een bezoekje konden brengen aan de Gentse Feesten. Maar daar werden we alweer overspoeld door verwonderde blikken en opmerkingen vol medelijden. De cirkel is rond. Ik had beter een tent rond mijn buggy gebouwd, dan kon ik in’t Baudelo gaan zitten en entreegeld vragen. Heb ik hier nu toch een silver lining gevonden?

Maar nu is’t hier (eventjes) stil en rustig. Ik ben weer alleen thuis met de tweeling. Waar denk je dat ik plots de blogtijd vandaan haal? Ken is namelijk vanmorgen met Eppo en de bakfiets vertrokken naar Limburg en ik rijd hem morgen met de auto achterna. Daar gaan we een weekje vertoeven in een hoeve in Lanaken. Een schommel en zwembad in de tuin, Bokrijk op een boogscheut en het blotevoetenpad op de to-do lijst. Ik heb er echt zot veel zin in. En zij ook. Een verslag en een vooruitblik naar 1 september volgt!

IMG_20170720_135200536

Twin peaks: 3 maanden

Keihard afgekeken van blogvriendin Huizeke Sluizeken, deze nieuwe rubriek. Al denk ik dat ik met mijn ogen wel al meer van haar heb gestolen. We zitten namelijk in hetzelfde schuitje, al zit Joyce er al een jaartje langer in: een peuter en dan een tweeling erbij. Plezant dat dat is! Kuch.

Het lijkt mij namelijk wel handig om hun evolutie een beetje bij te houden. Ik merk hoe beperkt het Evernote-bestandje is waarin ik Eppo zijn ontwikkeling probeer bij te houden. Verder dan wat vage omschrijvingen als “twee tandjes onderaan, april 16” of “kaka op het potje, juni 17” gaat het eigenlijk niet. En eigenlijk zou je elke mijlpaal echt moeten vastleggen. Niet dat ik per se een foto van die drol wilde nemen, maar de trotse blik in zijn ogen, waarna hij “bwavooo” roept en zichzelf een applausje geeft…dat is iets wat ik graag op film had gehad zodat ik er hem mee kan pesten op zijn trouwfeest.

Dat gezegd zijnde, mijn jongste telgen zijn ondertussen al bijna vier maanden oud, dus we beginnen al meteen met een beetje vertraging. Dat gaat ge mij nog een paar keer moeten vergeven, denk ik. Als er iets is wat ik namelijk elke dag aan den lijve ondervind, dan is het wel dat zo’n tweeling verdomd veel van u vraagt, zowel fysiek als mentaal en al zeker in combinatie met een vinnige peuter. Ter illustratie: ik had na amper een maand mijn startgewicht terug en de weegschaal gaf op het einde toch bijna 20 kg extra aan.

 

Ik had eigenlijk een behoorlijk voorspoedige zwangerschap, ook al ben ik eind oktober al gestopt met werken. Fysiek is het dus wel een pak zwaarder, twee foetussen in plaats van één, want trappen lopen en sleuren met cursussen zat er gewoon toen al niet meer in. Bovendien had mijn hoofd het voor de verandering weer lastig met zichzelf en vonden zowel de huisarts als de gynaecoloog het best wel verantwoord om mij voldoende rust en een goede psycholoog voor te schrijven. Nochtans blijkt de tweeling een remedie op zich: er is gewoon geen tijd of energie over om te tobben over mijn eigen muizenissen. Uiteraard zal zich dat wel wreken binnen enkele maanden, maar laten we dat gewoon nog even collectief negeren, ok? Het levert ongetwijfeld nog boeiend schrijfmateriaal op.

Voor ik overga op het kirren van Han en het rollen van Ida (ja, echt, nu al), zal ik eerst enkele FAQ, the twins edition voor u beantwoorden.

  • Zit het in de familie?
    • Ja. Mijn mama is zelf deel van een twee-eiige tweeling. Haar broer is mijn dooppeter. Voor zover ik iets van genetica ken (niets dus), is de twee-eiige versie de erfelijke en eeneiig toeval. Maar ik denk dat de wetenschap gewoon niet weet waaróm zo’n eitje opeens splits, waar bij een twee-eiige het “gewoon” om een dubbele eisprong gaat. Bij nader inzien heb ik dat ook gemerkt toen we aan het proberen waren. Ik hield mijn cyclus al een tijdje bij in een app en merkte dat mijn lijf een paar dagen na mijn voorspelde eisprong weer dezelfde symptomen vertoonde. Ik heb daar toen niet veel aandacht aan besteed, al sms’te ik mijn lief wel dat we volgens mijn app misschien nog eens een plezante avond konden hebben. Ik had hem toen beter op café gestuurd.
      (grapje hé, ik heb voor alle duidelijkheid geen spijt van mijn kindjes ee)
  • Had je het dus verwacht/ingecalculeerd?
    • Fak nee. Ik was ook nu vrij snel zwanger (bij Eppo was het al raak op het moment dat we het voor het eerst ter sprake brachten en een beetje onvoorzichtig te werk waren gegaan, oeps) en aangezien we op reis vertrokken de dag nadat we van de huisarts de bevestiging kregen, hadden we in het ziekenhuis pas een afspraak op 12 weken vastgelegd. De vroedvrouw van Geboren in Gent die we ontmoetten rond week 8 had me verzekerd dat een echo nog niet nodig was. “Zo lang ge u mottig voelt, is alles ok.” En mannekes, mottig was ik zeker. In tegenstelling tot bij Eppo, belandde mijn ontbijt steevast in de wc. En niet op de reeds verteerde manier. Volgens een tante was het dan zeker een meisje. We hadden de familie al op de hoogte gebracht en deden nog lacherig over de late eerste echo. “Stel je voor dat ze er opeens drie zien! Haha! Ja! Stel je voor!” Pwa pwa pwaaa.
  • Hoe reageerde je?
    • Maandag 22 augustus, komt een vrouw (en haar lief) bij de dokter… niet zomaar een dokter, nee. Dokter Anne De Vits. Een gevestigde waarde bij iedereen die graag zo natuurlijk mogelijk wil bevallen. Ik was op aanraden van een vriendin bij haar terechtgekomen. Na de traumatische bevalling van de eerstgeborene, wist ik wat ik wilde. Of toch wat ik niét wilde. Normaal gezien kom je bij De Vits enkel op consultatie voor de drie belangrijkste echo’s en gebeurt de rest van de opvolging door de vroedvrouw. Dat is al een duidelijk signaal: geen overgemedicaliseerde zwangerschap hier. Tenzij er natuurlijk complicaties of risico’s zijn. En laat een tweeling nu toch een behoorlijk risico zijn. Ik had dus elke drie weken een afspraak en had daardoor ook het geluk dat we elkaar goed kenden en aanvoelden tegen de bevalling.

      Het kennismakingsgesprek verloopt gemoedelijk. Daarna neem ik plaats op de bank en als ze de gel op mijn buik aanbrengt, kan ik haar nog snel zeggen dat we het geslacht liever niet willen weten, mocht ze dat al kunnen zien. “Tenzij het een tweeling is, dat is al genoeg verrassing”, grap ik nog. Ja, echt. Ze vraagt of het in de familie voorkomt, waarop ik bevestig. Drie seconden later is het eerste wat ze zegt: “amai, sterke familietrek.”Ik denk niet dat er bij een eerste echo doorgaans veel wordt gevloekt, maar het was sterker dan mezelf. Ze vraagt enkele keren aan Ken of hij niet wil gaan zitten en stuurt ons met wat informatie en het advies om het even te laten bezinken naar huis. We fietsen gedesoriënteerd langs de vaart en stellen elkaar luidop tientallen vragen. “Moeten we nu verhuizen?” “Moeten we een auto kopen?” “Gaat de crèche nog plaats hebben?” “Kunnen we dat wel betalen, drie kinderen?” “Shit.”

15625755_10154854092069176_6234698234371205330_o

Echo van rond de 30 weken. Zie die tootjes!

Zet u schrap, hier volgt een korte beschrijving van de bevalling. Overslaan naar believen.

Gelukkig gaan die eerste zorgen vrij snel liggen en maken ze plaats voor enthousiasme. Twee baby’s in mijn buik, hoe zot is da?! Zoals gezegd verliep de zwangerschap vlot, maar waar de meeste tweelingen rond 37 weken geboren worden, hielden Han en Ida de spanning erin. Toen het ernaar uitzag dat sterrenkijker Han en stuitligger Ida niet vanzelf gingen komen, besliste dokter De Vits om in te leiden rond 39 weken. Hoewel het dus alsnog een behoorlijk gemedicaliseerde bevalling werd (met weeënversterkers, epidurale verdoving en breken van de vliezen), er werd met mij gepraat en elke stap klonk logisch en weloverwogen. Dat was een hele opluchting, want ik was al behoorlijk hoogzwanger toen de hele heisa rond #genoeggezwegen losbarstte. Dat katapulteerde me meteen terug naar de vreselijke bevalling van Eppo en sterkte me in mijn overtuiging dat je je als vrouw maar beter goed kan informeren over de processen die plaatsvinden in je lichaam, je rechten als patiënt, de mogelijkheden rond natuurlijk bevallen, de begeleiding van een vroedvrouw, kortom: voldoende gewapend en vol zelfvertrouwen aan de bevalling kunnen beginnen, is essentieel. Maar ik had geluk, een geweldige gynaecoloog en een nog geweldigere vroedvrouw van het ziekenhuis zelf (AZ Jan Palfijn, peoples) bezorgden mij de bevalling van mijn dromen. Er was geen haast, mijn lichaam kreeg alle kansen om het zelf op te lossen, er werd enkel hier en daar een duwtje gegeven. En dat hadden ze nodig daarbinnen. Han daalde ontzettend traag in. Na uren wiebelen, rondwandelen en bekken kantelen, werden zijn vliezen gebroken en pas dan had mijn lijf door dat er een baby aankwam. Toen ging het wel snel: de lichten werden gedempt, de gordijntjes gesloten, ik mocht op mijn zij liggen (heerlijk, geen benen in van die plastic beugels waardoor uw knieën in uw ribbenkast geduwd worden) en na amper twee keer persen hoorde ik “pak hem maar!”
Een onbeschrijflijk gevoel: je eigen kind opvangen en hem op je borst leggen. Bleiten, mannekes! En na een kwartier mocht ik dat gewoon nog een keer doen! Al ging dat iets minder vlot. Ida haar hartslag viel namelijk weg bij elke wee en ze werd als een slap vodje enkele tellen op mijn buik gelegd en toen meteen door de kinderarts overgenomen om de eerste zorgen toe te dienen. Gelukkig krijste ze na een halve minuut ook de boel bij elkaar. Twee keer 48 cm, hij 2,8 kg en zij 3kg droog aan den haak. Goed gedaan, al zeg ik het zelf.

 

En nu zijn we dus al 16 weken verder. De eerste acht waren het lastigst: een peuter die nog steeds niet wil slapen en vaak zijn plek in ons bed opeist (en bij een hittegolf zoals nu bij voorkeur op mijn hoofdkussen, met zijn klein plaklijf tegen dat van mij, terwijl ik liggend een baby probeer te voeden), baby’s die slecht aan de borst drinken maar toch elke twee uur gevoed moeten worden, kloven, ontstekingen, Raynaud,…you name it, I had it. Maar ik heb het gevoel dat we ondertussen onze draai beginnen te vinden. Ook de borstvoeding loopt nu op rolletjes, dus dat maakt alles een pak draaglijker. Als ge zoals ik in’t begin opziet tegen elke voeding omdat het zo veel pijn doet, dan is die roze wolk snel donkergrijs. Zeker als ge dat dubbel zo vaak moet doen.

 

Ook het feit dat er steeds meer interactie is, dat ze beginnen schaterlachen, speeltjes vastnemen, rollen en kirren, maakt veel goed. Ge kunt er al ne keer mee buiten komen, zegt. Ida rolde zowaar vandaag van rug naar buik. Aangezien haar grote broer een luiaard was die dat pas op zes maanden deed, viel ik wel even van mijn stoel. Han ligt erbij en kijkt ernaar. Ze zeggen toch dat meisjes sneller ontwikkelen, ik ben benieuwd of die trend zich doorzet!

En Eppo, die begint ook door te hebben dat ze nergens naartoe gaan. Soms gaat hij dus bij het aaien ook een beetje duwen op dat fontanelleke, wipt hij net iets te hard met de maxi-cosi van broer, gaat hij ‘per ongeluk’ op zus zitten die ligt te slapen op haar speeldeken en slaat hij met de blokfluit op broer zijn hoofd omdat die nog niet kan blazen. Ogen op uw gat en van die dingen. Al werpt hij hen ’s avonds kusjes toe als hij gaat slapen en vindt hij het geweldig als hij ze kan laten lachen. Dat dan weer wel.

Komt wel goed, zeker? Ik laat het u weten bij de volgende update, binnen een maand of drie.

 

Moederschapsheuvel

Alle begin is moeilijk. Alle herbegin is misschien nog moeilijker. Omdat je weet dat ze’t je niet gaan blijven vergeven. He means well is useless unless he does well. Zoiets. En daarmee is de lat meteen hoog gelegd. Al zal dat in de praktijk ongetwijfeld wel meevallen. Schrijven, is dat niet een beetje zoals fietsen, iets wat je niet verleert?

– Intermezzo: Ida huilt en heeft a) een propere luier, b) eten,
c) aandacht, d) all of the above nodig – 

Hah, dat was er wel boenk op. Vol goede intenties, ideeën, inspiratie en goesting ergens aan willen beginnen en na enkele minuten uit uw bubbel en met de voetjes weer op de grond gezet worden. Grond waarin ge tot aan uw enkels in de kak staat, waarop ge regelmatig uitglijdt en op uw muil gaat en die op tijd en stond vanonder uw voeten wegzakt. Al een geluk dat het vruchtbare grond is, zodat die ook bezaaid is met ontroerend schone bloemen, kabbelende beekjes en idyllisch huppelende lammetjes. Tot zover mijn metafoor voor het moederschap.

Ik ben dertig en ik heb drie kinderen jonger dan drie. Soms moet ik dat luidop zeggen om het te geloven. Ja, het is onnoemelijk zwaar en ja, het is zo hard de moeite waard. Alle clichés zijn waar, dus ik ga ze hier vooral niet opsommen. Ze zeggen wel eens dat een kind uw wereld op zijn kop zet. Dat klopt niet. Het is gewoon een heel niéuwe wereld die ontstaat. Ik hoorde deze week op de radio Lieven Scheire uitleggen dat rupsen in hun cocon geen vleugels krijgen en zo vlinder worden, maar helemaal ontbinden en vanuit die drek ontwikkelt zich dan een vlinder. Eat that, Lisa Del Bo.

In die zogenaamde nieuwe wereld sta je zelf niet meer in het centrum. Dat is enerzijds een verademing en anderzijds een verschrikking. Het idee dat uw kind iets tekort komt of iets overkomt is onbevattelijk. Een paar weken geleden sprintte ik nog als een leeuwin door de zandbak (al doen leeuwinnen dat ongetwijfeld gracieuzer dan ik) toen ik vanop een bankje zag hoe mijn peuter de lucht in werd gekatapulteerd door een wild schommeldende puber. In mijn hoofd zag ik al bloed óveral en ik stond klaar om een stel tienerogen uit te klauwen. De peuter mankeerde uiteraard niets, maar het meisje zal de speeltuin wel een poosje mijden. Mijn bitchy resting face is blijkbaar niets vergeleken bij mijn overprotective mother face.

watership-down1.png

Om maar te illustreren dat ge uzelf nogal snel verliest in heel dat mama-zijn. En ik was mezelf eigenlijk al kwijt voor ik eraan begon. Dus, hoe heerlijk die kleine teentjes, die kreetjes, de knuffels en de kleine kleertjes ook zijn, het wordt voor mij vooral zaak om terug in het reine te komen met mijzelf, wie dat ook moge zijn. En wat een handvol psychologen niet kon, lukt misschien wel met een gezonde portie schrijven, een zoveelste poging tot yoga en de tijd vinden om creatief bezig te zijn. Ik hoop jullie onderweg regelmatig tegen te komen. Het wordt in ieder geval een boeiende rit.

Herkenbaar? Alle tips zijn welkom.

Milestone I

Lieve Eppo,

Je bent nu zes maanden oud. Zes maanden, waarin je van een schattig bolletje naakte molrat bent ontpopt tot een guitig en speels aapje. Je mama is verslaafd aan natuurdocumentaires, je zal dat nog wel merken. Dat geldt trouwens ook voor animatiefilms, tot ergernis van je papa. Maar hij zal me nog dankbaar zijn als jij binnen enkele jaren elk uur de nieuwe “Let it goooo” wil zingen.

Ik val in herhaling, maar je bevestigt elke dag alle clichés. Dat ik nog nooit in mijn leven iemand zo graag heb gezien, ook al kan je nog niet eens rechtop zitten, laat staan die liefde woordelijk beantwoorden. De manier waarop je hele smoeltje oplicht zodra ik ’s morgens boven je bedje verschijn, kan me moeiteloos in tranen doen uitbarsten. Dat ik ook je papa zo ongelooflijk liefheb en ik verander in een plasje water als hij je doet schaterlachen met zijn buikscheten. Je bent echt bevoorrecht om zo’n papa te hebben.

Ik hoop dat je zorgeloos mag opgroeien. De beelden op het laatavondnieuws van baby’s, nauwelijks ouder dan jij, het kleine hoofdje amper zichtbaar door de veel te grote reddingsvest (er is verdomme een reden waarom dat niet in babymaat bestaat), aangereikt vanuit gammele en overladen bootjes, doen me zachtjes naar boven sluipen en je een zachte aai over je kale bol geven. Je mama is emotioneel zo mogelijk nóg labieler sinds jij er bent.

Ik kan je echter weinig garanties bieden. Het leven heeft geen “niet tevreden, geld terug” optie. Als je ook maar een beetje van mij mee hebt, zal je nog vaak gedesillusioneerd vechten met je eigen hoofd. Maar ik zal er alles aan doen om je ook de schone dingen te laten zien. Dan gaan we onder de blote hemel slapen, allemaal samen in bad ploeteren (zeg niet ‘krap’, zeg ‘gezellig’), logeren bij je Omie en Grompie of Nonna en Pep, duizenden boekjes lezen en zelf nieuwe verhalen verzinnen,… Ik zal proberen om met dezelfde kinderlijke verwondering naar de wereld te kijken en je los te laten als jij daar klaar voor bent.

Maar dan moet je wel ophouden met je vuile manieren.

IMG_20150823_185337675

Winging it

Deze augustus is misschien wel de meest turbulente maand van mijn leven geweest. En ze is nog niet eens voorbij. Na zes maanden cocoonen, werd ik opeens weer in de Echte Wereld verwacht. Dat hield ook in dat we een maand geleden volop begonnen te experimenteren met flesjes en papjes, in de hoop dat ze hem in de crèche niet moesten laten verhongeren. Ik kan u zeggen dat het een emotionele klap is als je beseft dat je kleine opeens kan overleven op poedermelk en geprakte banaan. Daar stond ik dan, met lekkende borsten. Ik voelde me zowaar overbodig. Ik heb echter al horen waaien dat “papa” ’s nachts niet bestaat, dus misschien moet ik heel even van genieten van mijn tijdelijke invrijheidstelling, nu hij nog niet kan praten.

Het heeft wat voeten in de aarde, pap in het haar en melk in zijn nek (stinken dat dat daar doet!) gehad, maar na een paar weken werkte hij al ruim 100 gram groentjes naar binnen en dronk hij vlotjes de poedermelk uit goedkope Kruidvatflessen (nadat we een fortuin hadden uitgegeven aan flessen van Medela Calma, Tommee Tippee en Avent, uiteraard). We zetten hem op 11 augustus met een gerust hart af bij de kinderverzorgster. Ik heb zelf (net) niet gehuild. Victorie! Toen ik hem ’s avonds hoorde bleiten zodra ik de deur van de crèche opende, brak mijn hart echter in duizenden stukjes. Ik gooide de maxi cosi en mijn handtas aan de kant en als een leeuwin sprintte ik naar de wieg waar hij met rood aangelopen gezicht lag te krijsen. Te bedenken dat ze wel “met het kindje van haar zus” op de arm liep (betaalt die ook €25 per dag?), deed mij bijna klauwen.

“Hij heeft veel geweend” – No shit, Sherlock!

“Hij heeft ook niet zo veel gegeten” – Misschien moet je dan geen vlees geven aan een baby van nog geen 6 maanden.

“En slapen lukte eigenlijk ook niet” – Dat verklaart waarom zijn slaapknuffel nog in zijn tas zit. Leest gij zijn boekje wel?

“’t Is wel een heel schoon kindje hé” – Daar heb ik nu eens echt geen zak aan, joeng! (maar ja, ’t is waar)

U kan zich voorstellen hoe klein mijn hartje de volgende dag was. Gelukkig ging het de dagen nadien exponentieel beter. Deze week kregen we zelfs een stralende baby mee naar huis die “de hele dag niet had geweent (sic) en vrolijk mee had buiten gezeten”. Dat ze hem vergat in te smeren waardoor hij ’s avonds gloeiende koorts kreeg en de papa meteen twee dagen verlof mocht opnemen, is een detail. Een detail waar ze maandag scratch marks aan zal overhouden.

Maar alle crèchecapriolen terzijde, is deze maand ook de maand waarop ik van werk ben veranderd. Na drie jaar vechten tegen de windmolens bij de Liga voor Mensenrechten, waar ik de eer had omringd te zijn door de meest gedreven mensen die ik ooit heb ontmoet, zet ik mijn eigen kleine revolutie voor een betere wereld verder…in het onderwijs. In een middelbare school in het Gentse zal ik tso- en bso-jongeren de schoonheid der Nederlandsche Taal bijbrengen. In de praktijk zal ik al blij zijn als ze op het einde van het schooljaar ‘moeten’ niet meer met twee t’s schrijven en weten wanneer ze een korte of lange ei/ij moeten gebruiken. Kwestie van uit te gaan van het worst case scenario, dan kan het alleen maar meevallen.

Het komende jaar wordt dus zwoegen en jongleren. Een nieuwe job in combinatie met een lerarenopleiding (ochja, klein detail…voorlopig zal het een kwestie van improvisatie en stelen van collega’s), in combinatie met een baby die ongetwijfeld nog meermaals ziek thuis zal moeten gehouden worden (serieus, werkende ouders, wie belt ge dan als de grootouders ook allemaal fulltime werken?), in combinatie met een lief dat fulltime werkt, allerhande ambitieuze zijprojecten heeft en op tijd en stond ook wel wat quality time wil, in combinatie met familie die de kleine graag wat vaker dan een keer per maand wil zien, in combinatie met een huis dat af en toe gestofzuigd, eten dat af en toe gekookt en kleren en luiers die af en toe gewassen moeten worden, in combinatie met naailessen en als het nog even kan, etentjes en aperitiefjes bij vrienden. Slik.

Ogen toe en springen maar.

On the road: Drenthe

Als ik mensen vertel dat ik bijna zes maanden thuis blijf na mijn bevalling, dan hoor ik veel positieve reacties. De meesten kunnen in hun enthousiasme niet verhullen dat ze ook wel zes maanden verlof willen. Ik dacht ook dat ik die maanden zou vullen met zorgeloze uitstapjes naar ’t stad, koffies op zonnige terrasjes, vertoevend in het gezelschap van die klassiekers die stof staan te vergaren in de boekenkast. Ondertussen zou de baby vrolijk liggen kirren in zijn maxi-cosi en de harten stelen van alle obers.

Boy, was I wrong. Ik ben nog elke dag blij dat ik beslist heb om meteen enkele maanden ouderschapsverlof op te nemen. Zo moet ik pas terug gaan werken als de kleine (en ik by proxy) ’s nachts hopelijk meer dan 5u slaap haalt. Begrijp me niet verkeerd: de voorbije maanden waren wonderbaarlijk. Van die eerste weken met dat hulpeloos huilende hummeltje naar dat vrolijk kereltje dat ons elke ochtend begroet met zijn riante tandloze glimlach. Wat een onvoorstelbaar avontuur.

Maar de weg daartussen was bezaaid met twijfel, gekrijs en gehuil (van hem én van mij), frustraties, vermoeidheid, sleur en veel was. Dat mijn vent dus besliste om in juli ook een maand ouderschapsverlof op te nemen, was de perfecte gelegenheid om het huis even te laten stinken en met onze baby de grens over te steken.

Naar Drenthe dus. Het begon met een google search naar een huisje in de natuur zonder daarvoor acht uur in de auto te moeten zitten. Toen Limburg niet meteen iets opleverde, kwamen we hier terecht. We mochten de auto van mijn ouders gebruiken (haja, wij zijn van die hippies zonder eigen auto maar wel met een bakfiets en een cambio-abonnement) en hadden lichtjes onderschat hoeveel gerief een baby nodig heeft gedurende 1 week.

Belachelijk veel, zo blijkt.

Google Maps had een rit van een kleine 4 uur voorspeld, maar Google Maps houdt geen rekening met hongerige, bevuilde, huilerige baby’s die zitten te zweten in hun maxi-cosi (serieus, waarom zweten baby’s altijd zo in die dingen?) dus na 6 uur kwamen we aan in “Huisje Kikker”.

Alleen al voor het uitzicht over het ven was de rit de moeite waard. Het huisje is gelegen in een natuurgebied, wat een overvloed aan vogels, eenden, eekhoorns en kikkers oplevert. Nooit gedacht dat ik zo zalig in slaap zou kunnen vallen op de tonen van een honderdkoppig kikkerorkest.

In het huisje, dat verrassend modern is ingericht, zijn alle basisbenodigdheden aanwezig: van wc-papier tot koffie en bakboter. Wat een verademing om bij aankomst met een tas koffie buiten te kunnen zitten en niet meteen de dichtstbijzijnde Albert Heijn te moeten opzoeken. Ook beddengoed en handdoeken waren voorzien. Handig, want dat hadden we er nooit bij kunnen proppen in de auto.

Hoewel Drenthe misschien niet tot de verbeelding spreekt, is het aanbod in de buurt best groot en divers: het Gevangenismuseum (sorry, beroepsmisvorming), de zoo van Emmen (beestjes!), de Waddenzee (zeehondjes!), hunebedden (stenen!), talloze natuurgebieden, fiets- en wandelroutes.

Ik had hier graag een opsomming willen geven van alle boeiende uitstappen die we hebben gedaan, maar helaas verandert de omgeving niets aan het feit dat zo’n uk van vier maanden nog veel dutjes doet overdag en dat je je planning dus grotendeels daarop afstelt. Maar we hebben niettemin een dagje door het fijne Groningen gekuierd, fikse natuurwandelingen gemaakt (en hopeloos verloren gelopen omdat de jeugd van tegenwoordig geen kaart meer kan lezen) en ook simpelweg met een boek aan ons privémeer geluierd terwijl onze kleine in zijn blote billen op zijn speelmat lag te dollen. (Note to self: was de speelmat.)

Op de heetste dagen (ja, wij zaten met de hittegolf in een bungalow met enkel ramen aan de zuidkant, hoera) zochten we verkoeling aan het Ronostrand, aka de Blaarmeersen van Drenthe. Eppo nam er zijn eerste zwemles, mijn vent kreeg er een bal tegen zijn hoofd (en zorgde daarmee dat Eppo buiten schot bleef, aaike) en we merkten dat ook daar jongeren irritant zijn en hun ongeïnspireerde muziek door minispeakers jagen. Chance dat we Eppo nog onvrijwillige dansjes konden laten doen op opvoedkundig onverantwoorde liedjes en het op die manier nog wat entertainment opleverde. Ach, Hollandse marginaliteit is nog best verteerbaar op vakantie.

Als je’n beetje wil chillen…

We hebben er gewoon keihard van genoten: lang uitslapen met de kleine tussen ons in het grote bed, ontbijten met zicht op het ven in het gezelschap van vogels en eekhoorns, wandelingen maken met Eppo in de draagdoek, verrast worden door een regenbui en net op tijd binnen zijn voor het warme-onweer losbarst. Pannenkoeken bakken, de lichten doven en naar buiten kijken hoe het water oplicht onder tientallen geruisloze bliksems. Op vakantie leert ge opeens weer stil te staan bij de kleine dingen. Hashtag melig.

Time flies when you’re having fun en dus vloog ook deze week voorbij. Met het risico in acht dat jullie nu allemaal keihard gaan boeken om ook in dit heerlijk stukje paradijs te kunnen vertoeven, hebben we besloten om sowieso nog terug te gaan. Misschien eens in de winter, als Eppo iets ouder is, dan kan hij sneeuwballen gooien naar de eekhoorns.

Bliss.